
Someren niet op de rem door vol stroomnet: ‘Creatief zijn’
Algemeen 198 keer gelezenSOMEREN – De gemeente Someren laat zich niet van de wijs brengen door de dreigende ‘aansluitpauze’ vanwege het overvolle elektriciteitsnetwerk. Vanaf 1 juli kunnen nieuwe bouwprojecten mogelijk niet meer van stroom worden voorzien. Maar de vaart blijft er desondanks in, bijvoorbeeld bij de realisatie van wijk Edelenburg. “We gaan op zoek naar creatieve oplossingen.”
door Maarten Driessen
Someren is één van de gemeenten binnen de Metropoolregio Eindhoven waar vanaf 1 juli een aansluitpauze dreigt. Nieuwe woningen, scholen, zorginstellingen en noem maar op, kunnen dan niet langer op het elektriciteitsnetwerk worden aangesloten.
En dat terwijl gemeenten voor legio uitdagingen staan, vooral wat betreft woningbouw. Daar is de nood momenteel het hoogst. Om in de behoefte te voorzien, werken partijen waaronder de gemeente daarom aan de realisatie van Edelenburg, een nieuwbouwwijk in Someren-Noord waar een duizendtal huizen moet verrijzen.
Batterij en geothermie
Het nieuws over de mogelijke aansluitpauze verandert vooralsnog niets aan de plannen, bevestigt wethouder Patrick van der Broeck desgevraagd. “We werken gewoon door. De planontwikkeling duurt een paar jaar, dus we hebben nog even voordat de eerste schop in de grond gaat. Intussen kan er veel veranderen.” Hopen op een landelijke oplossing dus, maar daar blijft het volgens Van der Broeck niet bij. “We kijken ook wat we zelf kunnen doen. Denk aan een thuis- of gezamenlijke batterij of ontwikkelingen zoals geothermie. We gaan, ook bij andere bouwprojecten, op zoek naar creatieve oplossingen.”
Voordeel
Juist de locatie waar Edelenburg moet komen, biedt volgens Van der Broeck kansen. “Het is een grotendeels onbebouwd terrein. Dus we beginnen echt bij nul. Bijvoorbeeld voor de inzet van warmtepompen is dat een voordeel, want je hoeft nergens rekening mee te houden.”
Someren trapt dus niet op de rem en dat kán eigenlijk ook niet. Van der Broeck: “De woningbehoefte wordt alleen maar groter. Dus we moeten door.”















