De kerk in Ommel na de beschietingen.

De bevrijding van Ommel, Liessel en Vlierden

vrijdag 27 september 2019 - 14:10|Hans van Toer

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke herinneringen uit Asten, Someren, Deurne en omgeving. Vandaag aflevering 37: De bevrijding van Ommel, Liessel en Vlierden.

Van alle dorpen in de Peel heeft Ommel het meest geleden tijdens de bevrijdingsdagen in september 1944. In het relatief kleinste dorp wat in de verhalenreeks De Peel onder vuur wordt beschreven, was na de bevrijding vrijwel geen enkel huis, boerderij of pand onbeschadigd. Je kan gerust stellen dat Ommel voor 80 procent was verwoest. 

En als dat nu het enige was … Maar nee, ook qua menselijk leed heeft Ommel veel te verduren gehad. Ondergetekende heeft tijdens zijn onderzoeken de afgelopen jaren zelden zoveel leed aangetroffen als de gevolgen van wat de families Klaus en Michiels op 22 september 1944 overkwam.

Donderdag 21 september trekken de eerste mensen uit Asten door Ommel, op de vlucht voor het oorlogsgeweld. Om half vijf in de middag krijgen ook de Ommelnaren zelf het advies om te evacueren. Er zou hard worden gevochten en dus pakken mensen hun boeltje bij elkaar en vluchten naar Oostappen of elders, hopende dat bij terugkeer hun boerderij of huis nog zou bestaan. Alleen enkele zusters bleven in het dorp achter om eventuele gewonden te verzorgen.
Een dag later ontmoeten de zusters de eerste Britse verkenners. Maar die vertrekken alweer vlug als ze merken dat Ommel en omgeving nog vol met Duitsers zit. Voor de zusters zit er niets anders op dan snel weer naar de kelder van het klooster te gaan, om daar onder meer de gewonde kinderen van de families Klaus en Michiels te verzorgen. Ook Duitse militairen worden geholpen. Want ‘dat zijn ook maar mensen’, oordelen de zusters. En ondertussen hopen ze dat de bevrijders snel zullen komen.

De bevrijding van Ommel begint op zaterdag 23 december met een Duitse tegenaanval. Deze gaat de geschiedenisboeken in als misschien wel de laatste cavalerieslag ooit. Als Britse troepen aan de rand van Asten staan te wachten totdat ze compleet zijn, bevinden zich nog zo’n 800 Duitsers in en om Ommel. Onder wie soldaten van het 100e Kavalarie Ersatz Abteilung, onderdeel van de Duitse 180e Divisie. Deze cavalerie-eenheid staat onder leiding van ene majoor Hoffner, een Oostenrijker die aan het Oostfront een arm is kwijtgeraakt. Zijn manschappen geven hem daarom de bedenkelijke bijnaam ‘het eenarmig wonder’. Maar zijn wonderen zullen niet lang meer duren.

Op datzelfde moment tuurt majoor Mitchell van het 151e Field Regiment richting Ommel de horizon af. Ineens ziet hij een stofwolk zijn kant op komen. Mitchell: “Op een gegeven moment zag ik een groep paarden in een drafje met ruiters erop mijn kant op komen. Ik dacht dat het boeren waren, totdat het drafje veranderde in een galop richting de posities waar onze Fives and Forfars zaten. Tot ieders grote verbazing zagen we een aantal Duitsers te paard een heuse cavalerieaanval uitvoeren, zoals gebruikelijk was in de Eerste Wereldoorlog.” De Britten twijfelen geen moment en ondanks hun verbazing zorgen ze er met behulp van mitrailleurs voor dat geen enkele Duitser de posities van de Fives kan bereiken. Majoor Mitchell verklaart verder: “ Later werden de troepen vanuit Ommel door een 88 millimeter-kanon en een Mark IV-kanon beschoten.” Daarna zagen ze Duitse troepen langs struiken kruipen en bij Ommel posities innemen. Deze werden met behulp van granaten uitgeschakeld, waarbij opviel dat deze hevige explosies veroorzaakten. Later bleek dat deze Duitse infanteristen munitie bij zich hadden, waarschijnlijk om een gat in de weg te maken.

Die 23e was het dus vooral Engelse munitie die op Ommel neerdaalde en de Duitsers dwongen zich terug te trekken. Tegen de avond deden ze dat ook, maar wel met gebruik van vlammenwerpers waarmee ze veel schade veroorzaakte. Die avond ging het echt goed los. Fosforgranaten vlogen vanuit beide zijdes richting de huizen, de kerk van Ommel vloog in brand en stortte gedeeltelijk in. Onderin in de kelder konden de gewonde kinderen van de families Klaus en Michiels niets anders doen dan hopen en wachten op hun bevrijders. De Ommelnaren die voornamelijk in Oostappen bij boerengezinnen waren opgevangen, moesten machteloos toekijken hoe hun dorp in de verte aan bruut geweld werd onderworpen.

Toen de Britten uiteindelijk vaststelden dat ze het Duitse antitank-geschut hadden teruggedreven, werd het gehucht Het Ommelse Bos zonder incidenten bereikt.

Ommel was eindelijk bevrijd … zucht.

‘Groeten uit Liessel’

Deze groet schreven inwoners uit Liessel op een Britse Shermantank van de 3e Royal Tanks-eenheid toen deze op zondagmorgen 24 september richting Deurne en Zeilberg reed. Liessel was die avond en nacht ervoor bevrijd van de Duitse bezetter die nog wel in de buurt bleef. Maar eerst: wat gebeurde er in dat weekend in en bij Liessel.

Na de bevrijding van Ommel splitsten de eenheden van het 3e Britse leger zich op. De Monmouthshire en de eenheden van de Royal Tanks gingen richting Liessel.

Vrijdag 22 september hadden de Duitsers een front bij Liessel en Deurne gevormd in verband met oprukkende Britse troepen aldaar.

Engelse tanks verzamelden zich onder andere op de Voordeldonk en werden prompt beschoten. Ook de boerderijen van Driessen en Van Kessel werden geraakt evenals  de boerderijen van Slegers, Kerkers en Van Bussel op de Bergweg . Alle boerderijen brandden hierdoor af.

Op zaterdag 23 september waren de Duitsers met zo’n tachtig man bij het gehucht de Hutten nabij de Dennendijkse Bossen bij de boerderij van Huub Timmermans. De Duitsers hadden daar loopgraven en schuttersputten gemaakt voor de strijd die zonder meer zou losbarsten. Buurtbewoners die ook in die loopgraven wilden schuilen werden door de Duitsers ‘heraus’ gestuurd. Toen werd het onverwacht rustig. Het geratel van schieten hield tegen de avond op en het was onheilspellend stil op de Hutten.

De groep Duitsers maakte van de gelegenheid gebruik om de gewonden op een platte kar met een paard weg te trekken. De bewoners van de Hutten bleven in hun kelders, ervan uitgaand dat ze nog steeds in vijandelijke gebied waren.

De 23e even voor 17.00 uur begon het gevecht om Liessel met een hevige artilleriebarrage die twee uur duurde. Rondom de kerk vielen de meeste granaten. Dit werd gevolgd door mortier- en mitrailleurvuur en felle gevechten. In Liessel hadden de Duitsers kanonnen staan bij Leensel, bij de kerk en bij de pastorie. Er verschenen enkele geallieerde vliegtuigen boven Liessel, waarschijnlijk verkenningsvliegtuigen.

Ondertussen schuilden de bewoners in hun schuilkelders die regelmatig kraakten als er weer een lading granaten neerdaalde, de mensen waren angstig en baden voor een goede afloop waarbij ze moreel werden gesteund door de paters die zich bij hen hadden gevoegd.

Verderop in Liessel vonden ongeveer tachtig mensen tijdelijk onderdak in de molenberg van de molen. De Engelsen vuurden daar vanaf de buurtschappen Hazeldonk en Leensel onophoudelijk granaten op af. Het knalde en kraakte. Het leek alsof de molen daadwerkelijk zou instorten. Men besloot door de bovenramen een ‘witte vlag’  uit te steken. Lennard van Bommel klauterde naar boven en zwaaide enkele minuten met een kussensloop.

De Duitsers hadden zich achter de grote zandberg van de molen verschanst en beschoten vanuit die positie de Engelsen. De bewoners van de Hazeldonk en omstreken waren ooggetuigen van deze strijd en er klonk een luid ‘hoera’ toen de Duitsers zich overgaven.

Ook was er een korte maar felle strijd in buurtschap de Hoeven tussen Vlierden en Liessel.

De geallieerden bereikten eerst het Rinkveld waar ze een groep van ongeveer tachtig Duitsers uitschakelden. ‘s Avonds om 19.00 uur rolden de eerste Britse tanks Liessel binnen. De infanteristen van de Monmouthshire-brigade klopten op de deuren van de huizen en deelden sigaretten en chocola uit aan de blije en opgeluchte Liesselnaren.

Andere Duitse troepen deden een tegenaanval bij Liessel. Ze stelden zich op achter de Aa bij de Neerkantseweg. Engelse tanks gingen erop af en er volgde een vuurgevecht.  De gewonden en doden werden afgevoerd naar de boerderij van de familie Dings, toen nog Sloot L 56, tegenwoordig  Neerkantseweg 10. ‘s Avonds volgden nog enkele mortier- en artilleriegevechten.   De Duitsers trokken zich eerst terug in loopgraven bij voormalig Sloot en bij de familie Dings te Liessel. Later trokken ze zich via de Hutten en het Zand terug en groeven zich in achter de kanalen bij Helenaveen.

De gehuchten Hutten en Heitrak werden ook ‘s nachts bevrijd waarna de Britten richting Neerkant en Meijel gingen. Later werd er een geallieerde commandopost bij de boerderij van de familie Dings ingericht. Aan het einde van Loon, ter hoogte van de Aa bij Vreekwijk, stond een 88 mm kanon dat op zaterdagavond 23 september regelmatig op de Britten in Liessel vuurde. Die wachtten totdat dat kanon werd uitgeschakeld voordat ze verder richting Deurne en Zeilberg zouden gaan. Zo ging bevrijd Liessel de nacht van zaterdag 23 op zondag 24 september in. Onder de bewoners waren geen gewonden of doden gevallen, maar er was wel veel schade. Vooral de ruiten van de huizen waren bijna allemaal kapot.

Deurne en Zeilberg moesten nog even wachten op hun bevrijders, maar die hadden ze wel al gehoord.

Zondag waagden enkele bewoners zich al vroeg op straat. Ze werden meteen door de Tommies gewaarschuwd dat de Duitsers nog steeds dichtbij waren.  En inderdaad, even later vlogen er twee Duitse granaten over de kapel die met een oorverdovende klap neerkwamen.

De Britten besloten om hun opmars verder voort te zetten. De 3e Royal Tanks met de infanteristen van de Monmouthshire gingen richting Zeilberg en Deurne. De bewoners van Liessel schreven vlug met krijt een boodschap op een van de Britse tanks: ‘Groeten uit Liessel’.

In de verte hoorden ze nog gerommel uit de richting van Vlierden. Daar scheen de strijd nog volop bezig te zijn.

Geestelijk frontleed en het dal van Vlierden

Legerpredikant Henry Jefferys Leigh Taylor van de Britse Royal Army Chaplains Department was een steun en toeverlaat voor de mannen die in september 1944 de vele dorpen in de Peel bevrijdden. ‘Father Taylor’ verzorgde vooraan in het front  vriend en vijand en stond  hen bij in hun gevecht op leven en dood. Een blik op de bevrijding van Vlierden door de ogen van ‘The 23rd Hussars’.

Met zijn aanwezigheid voorin aan het front verhoogde hij de moraal van de troepen. Helaas overleefde hij de oorlog niet.  Twee verhalen doen de ronde omtrent zijn sneuvelen. Het ene verhaal vertelt dat  Father Taylor in een huis tussen Ommel en Vlierden, waar gewonde kinderen en Duitse soldaat lagen, werd getroffen door een granaat. In de verslagen van de ‘The Story of the 23rd Hussars 1940-1946' staat echter dat hij tijdens een hevige barrage van Nebelwerfer raketten tussen het Ommels bos en Vlierden is gesneuveld.  Zijn overlijden was een groot verlies voor de soldaten aan het front. Father Taylor was in het bezit van de Military Cross, een hoge Britse onderscheiding. Hij ligt begraven op het Britse Erekerkhof aan de Mierloseweg in Mierlo, vak B, graf 7.

Duits en Brits perspectief bij Vlierden
De 180e Division o.l.v. Generaal-Leutnant Herbert Lemke, Kavalerie Ersatz abt 100 o.l.v. majoor Rochus Hoffner en Pionier Ersatz Ausbildungs Bat 30 o.l.v. Hoffman  hadden zich op donderdag 21 september 1944 in en nabij Vlierden ingegraven.  De Duitsers verlieten op zaterdagavond 23 september de omgeving van Ommel, maar lieten een kleine groep achter om de opmars naar Vlierden te vertragen. Dit kleine groepje Duitsers trok onder andere via Oostappen en Beersdonk terug richting Vlierden. Het Britse perspectief was uiteraard anders. The 23rd Hussars hielden al die tijd een dagboek bij. Hieronder een passage uit het dagboek.

‘Toen wij uiteindelijk hadden vastgesteld dat de Duitsers waren teruggetrokken richting Vlierden rukte onze C-Squadron op en bereikte het gehucht ‘Het Ommelse Bos’ zonder incidenten. Vanaf de hogere grond, waarop dit gehucht lag, konden wij het dorp Vlierden zien liggen. In de middag op 23 september gingen onze eerste troepen van de 23e Hussars en de 8e Riffle Brigade richting Vlierden, maar net op dat moment vuurden de Duitsers een zeer zware ‘minnie stonk’, ofwel een hevige barrage van Nebelwerfer-raketten, richting onze voorhoede. Onder onze getroffenen was Father Taylor. Hij was altijd bij ons in de voorhoede. Dit was een enorm groot verlies’.

Later die middag trok de voorhoede onder leiding van de B-squadron voorzichtig naar voren. Vlak voordat het donker werd bereikten ze de Astense Aa. Zij zaten nu ongeveer op 600 meter aan de zuidelijke kant van Vlierden in een dal waar ze door de vijand niet gezien werden, maar dat beseften ze zelf op dat moment nog niet. Toen zij verder naar voren reden en de eerste carrier over het riviertje de Aa reed en boven uit het dal kwam, werd deze beschoten door een Duits anti-tankkanon dat bij de Smed in Vlierden stond opgesteld. Het tweede schot schakelde de carrier uit waarbij twee man (Barnes, Birleson) sneuvelden en er één gewond raakte (Dearing). Het werd donker en verdere vooruitgang werd niet meer geboekt. Die nacht moest eerst het Duitse anti-tankkanon worden gelokaliseerd en liefst ook uitgeschakeld. Het Duitse anti-tankkanon werd snel gelokaliseerd, maar steeds door de Duitsers verplaatst. Snel daarna werd duidelijk dat het kanon waarschijnlijk was uitgeschakeld door een Britse artilleriebeschieting, waarbij ook twee Vlierdense burgers omkwamen.’

‘In de kom van Vlierden en op de Belgeren werden in de nacht van 23 september op 24 september 13 boerderijen en 5 huizen vernietigd bij Britse artilleriebeschietingen. Dit gebeurde vanuit Someren door 151 Ayrshire Yeoamanry. Hierbij kwamen Tonny Fransen, slechts 16 maanden, en Tonny Verberne (51) om door een granaatinslag. Fransen overleed om 22.00 uur in armen van grootmoeder.’

Die middag 23 september ontvingen het C-Squadron en F-Company van de 8th Riffle het bevel om een omtrekkende beweging te maken door een dicht begroeid bosperceel tussen het Ommelse Bos en Vlierden. Zij slaagden hierin en bereikten het gebied precies tussen het Ommelse Bos en Vlierden, waar zij de oevers van De Astense Aa bereikten. Hierna werd halt gemaakt om de situatie te beoordelen.   Omdat het al donker begon te worden en het van Duitse kant wel erg stil bleef werden twee carriers naar Vlierden gestuurd voor verkenning. Zodra deze dit punt bereikten werden ze met bazooka’s beschoten, waarna zij zich weer terugtrokken. De geallieerden en de Duitsers wisten even niet meer welke tactiek het beste was. De twijfel zorgde ervoor dat beiden niet doordrukten.

Op zondagochtend  24 september vertrokken de B-squardon van de 23rd Hussars en de H-compagnie van de 8e Riffle Brigade weer. De H-compagnie deed een patrouille langs de as Ommelse Bos-Vlierden. Bij het ochtendgloren bereikte deze patrouille de eerste huizen in Vlierden. Daar werden zij onder vuur genomen door de Duitsers. Dit nagelde de mannen van de H-compagnie vast aan de grond tot ze bijna een uur later werden ontzet door hun maten van de 15e platoon. Er werd gevochten op leven en dood. Huizen en tuinen werden bestookt met granaten en mitrailleurs. De aanval liep elke keer vast en korporaal Clarke sneuvelde. Drie anderen raakten gewond (Killick, Savill en Coryton). Toch lukte het de 15e platoon hen uit hun benarde situatie te bevrijden. De Sherman-tanks bleven in de uren daarna Vlierden bestoken. De Duitsers gaven Vlierden niet zomaar op. Daarom werd de voorhoede van het C-eskadron met de carrier van sergeant Millwoods en de H-compagnie met het 14e platoon van de 8th Riffle o.l.v. Captain May haaks oostelijk om Vlierden heen geleid. Vanuit het centrum werd de F-co van de 8e Riffle gedirigeerd, terwijl de rest van de 23rd Hussars door het centrum van Vlierden ging. Het C-eskadron en de H-compagnie boekten aan de rechterzijde goede vooruitgang. Door de omtrekkende beweging van het C-eskadron en de H-compagnie werden de Duitsers nu ook in de rug aangevallen tussen Vlierden en de weg naar Deurne. De F-company viel gelijktijdig vanaf de andere kant aan en Vlierden werd veroverd. Ergens tijdens deze gevechten sneuvelde sergeant Hone. Het duurde tot in de middag voordat de laatste Duitse pioniers uit Vlierden waren verdreven. Het C-eskadron van de Hussars gingen op weg naar het volgende dorp: Deurne.

Tags

Gerelateerde nieuwsberichten

Archeologisch onderzoek in Someren SOMEREN - Op het kruispunt Witvrouwenbergweg/Provincialeweg in Someren zijn afgelopen week verschillende archeologische onderzoeken gedaan. Volgens de archeologen zouden er vroeger twee wegen hebben gelopen. 7,5 procent van het terrein... 23 oktober 2019 - 15:01
Twee jubilarissen bij Vrouwen van Nu SOMEREN - Tijdens de viering van het 90-jarig bestaan op donderdag 17 oktober zijn twee leden van verenging Vrouwen van Nu gehuldigd vanwege hun 50 - en 70-jarig lidmaatschap. Marietje... 23 oktober 2019 - 12:56
Twee nieuwe gezichten in de Glazen Kooi 2019 SOMEREN - Johnny den Dekker en Tim Raijmakers zijn de nieuwe dj's voor de aankomende editie van de Glazen Kooi. Beide heren laten zich 45 uur opsluiten voor het goede... 22 oktober 2019 - 12:54
Veel fietsendiefstallen in centrum Someren SOMEREN - De laatste maanden worden er in het centrum van Someren veel fietsen gestolen, vooral bij de Jumbo, ijssalon Hartentroef en café Uncle Buck is het raak. De diefstallen... 21 oktober 2019 - 12:10
Oud-Somerenaar Nico van Eijk krijgt topfunctie SOMEREN - Oud-Somerenaar Nico van Eijk gaat per 1 november aan de slag als voorzitter van de commissie die toezicht houdt op veiligheidsdienst AIVD en en MIVD (Militaire inlichtingen- en... 18 oktober 2019 - 11:58
Gemeente presenteert begroting SOMEREN – De gemeente Someren heeft de financiën voorlopig op orde. Dat bleek uit de presentatie van de begroting afgelopen donderdag. Een overzicht van de belangrijkste punten uit de begroting... 17 oktober 2019 - 11:11