Kapotgeschoten huizen in de Wilhelminastraat in Asten. (Foto: collectie Ruud Wildekamp)

De bevrijding van Someren en Asten

vrijdag 13 september 2019 - 13:16|Gerard Geboers

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke herinneringen uit Asten, Someren, Deurne en omgeving. Vandaag aflevering 36: De bevrijding van Someren en Asten.

Operatie Market Garden begint op 17 september 1944 met luchtlandingen en een snelle opmars van het 30e legerkorps van het Tweede Britse leger. Dat trekt van Neerpelt via Eindhoven en Nijmegen over de sindsdien als “Hell’s Highway” bekendstaande route naar Arnhem. Het 8e legerkorps, dat tot taak krijgt de oostflank van bovengenoemde corridor te zuiveren, kan door logistieke problemen pas twee dagen later vanuit België oprukken. Die moeilijkheden zijn enerzijds terug te voeren op de lange aanvoerlijnen, anderzijds ook op de onderbezetting van enkele regimenten ten gevolge van recente zware verliezen. Het tekort aan manschappen kon maar voor een deel worden aangevuld, hoofdzakelijk met mannen zonder noemenswaardige gevechtservaring.    

Van dit 8e legerkorps maakt de 159ste Infanterie Brigade deel uit. Daaronder valt weer de 11e Pantser Divisie onder leiding van luitenant-generaal G. Roberts, die aangewezen wordt om het gebied tussen “Hell’s Highway” en de Zuid-Willemsvaart te bevrijden, een gebied met het Wilhelminakanaal als noordelijke grens. Generaal Roberts verdeelt zijn troepen in drie tank-infanteriegroepen, respectievelijk gericht naar Nuenen, Helmond-West en Someren. Tegen de avond van 20 september bereikt de laatste groep Sluis 11. De dagen daarna wordt daar hevig gevochten.

‘De dood beheerste de straten’

De eerste Britse motorverkenner kan in Someren nog zonder problemen tot bijna bij Sluis 11 doorrijden. In de loop van die avond loopt de spanning op, de geallieerde artillerie installeert zich in de buurt van het kanaal en de Duitsers blazen de brug op. Daarmee verdwijnt de laatste nog intacte vaste oeververbinding over de grenskanalen. Generaal Roberts overziet de situatie en besluit bij Someren een oversteek te forceren. Een dergelijke operatie op één van de andere mogelijke locaties, Helmond en Weert, zou naar verwachting meer burgers het leven kosten. Maar de Duitsers laten de Britten ook niet zomaar doorlopen naar de Maas. Zij verweren zich bijzonder fel! Vanuit een Duits mitrailleurnest worden de eerste Britse tanks bij de boerderij van Driek Driessen aan de Beemdstraat beschoten. De Britten vuren terug, waardoor Driessens boerderij in vlammen opgaat. Driek zelf zal de volgende dag, als hij met zijn gezin voor het oorlogsgeweld wegvlucht, dodelijk worden getroffen. Met het vernielen van de brug winnen de Duitsers een dag tijd, die ze gebruiken om hun verdediging te organiseren. Kampfgruppe Walther verplaatst zijn hoofdkwartier naar Asten en generaal-majoor Gotsche krijgt de opdracht om aan de oostkant van de Zuid-Willemsvaart een verdedigingslinie op te bouwen. Het ongeveer 1000 man tellende Ersatz und Ausbildungs Batallion 65 onder leiding van majoor Heesch, dat kort tevoren is gearriveerd, wordt verantwoordelijk voor de sector Asten. In totaal zal Gotsche tussen Helmond en Nederweert zes bataljons inzetten. Onder de Duitsers, die zich die nacht en de volgende dag naar de Zuid-Willemsvaart spoeden, bevinden zich veel administratieve krachten met amper militaire ervaring en ook veel gefrustreerde luchtmachtmilitairen. Velen zijn slecht getraind, weinig gemotiveerd en geneigd zich gauw over te geven. Het getalsmatige overwicht van de Duitsers mag dan groot zijn, het leidt zeker ook tot een heftiger verloop van de strijd bij Sluis 11, maar tegen de ervaren, gemotiveerde Britten zijn zij kansloos.   

De 20e om acht uur ‘s avonds begint de in Someren opgestelde Britse artillerie te vuren. Als eerste gebouw in Asten gaat Joordens’ bakkerij annex pension aan de Emmastraat in vlammen op. Veel zullen er nog volgen. Jarenlang zal de ruïne van Joordens’ pand - niet veel meer dan een vloer met een kelder - nog aan de beschieting herinneren. Het patersklooster wordt zwaar onder vuur genomen. Vermoeden de geallieerden hierin misschien een Duitse commandopost? Hoe moeten we anders de 73 voltreffers verklaren tegenover de 25 bij de naburige kerk – immers, kerktorens zijn bekende observatieposten. Tegelijk nemen de Britten ook de toegangswegen naar Asten onder vuur. Zo proberen ze de aanvoer van Duitse troepen en materieel te ontregelen. 

In de vroege ochtend van 21 september presenteert generaal Roberts zijn strijdplan en ook licht hij het besluit tot herschikking van troepen toe. Het 1e bataljon van het Herefordshire Regiment (infanterie) en het 2e bataljon van de Fife and Forfar Yeomanry (tanks) komen opnieuw onder gezag bij de 159ste Infanterie Brigade. Roberts wil voor deze klus ervaren bataljons, die hebben aangetoond dat ze kunnen samenwerken. Naast de Herefords en de Fife and Forfar selecteert hij het 4e bataljon van de King’s Shropshires Light Infanterie (K.S.L.I. of ook Shropshires), het 151e Field Artillery Regiment (Ayrshire Yeomanry), de 3e Royal Horse Artillery en de Royal Engineers (genie). Roberts vertrouwt erop, dat hij deze operatie met de 159ste tot een goed einde kan brengen. Dat straalt hij ook uit. En dat komt het moreel van de troepen weer ten goede.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Baileybrug bij Sluis 11. (Foto: collectie Ruud Wildekamp)

De Duitsers
Op de 21ste om 13.00 uur vaardigen de Duitsers een evacuatiebevel uit voor alle bewoners van het centrum van Asten. Om 16.00 uur moet iedereen weg zijn.

Die hele dag en nacht blijven nieuwe krachten toestromen om de Duitse verdediging te versterken. De hogere oever bij Sluis 11 biedt hen de mogelijkheid om zich ongezien in de huizen te verschuilen en in de dijk in te graven. Vanuit die posities verrassen zij de Britten tijdens hun nachtelijke aanval.

Vanzelfsprekend beantwoorden zij ook het Britse vuur. Vanuit meerdere posities richten ze hun projectielen op het bruggenhoofd en de westelijke oever van de Zuid-Willemsvaart bij Sluis 11. Een aantal burgers raakt daarbij gewond, enkele worden gedood en nog enkele boerderijen branden af.

Asten evacueert
Veel Astenaren vertrekken, al weten ze vaak niet waar ze zo gauw naartoe moeten. Een flinke groep gaat naar het gehucht Baarschot onder Vlierden. Dat blijkt achteraf een goede keuze, daar zal de oorlog nagenoeg aan voorbijgaan. In die trieste stoet van ontheemden sjouwen veel gezinnen hun inwonende oma of opa op een kar of kruiwagen mee. Dat grootouders inwonen is in die tijd gewoon.

De enkeling die thuisblijft, kan later aangrijpende verhalen vertellen over het verblijf in de schuilkelder of het in brand steken van woningen en boerderijen. Dat doen de Duitsers kennelijk om deze hel te overleven. De rookwolken maken het voor de Britten moeilijk gericht op hen te schieten.

Roberts’ plan:

Avond en nacht

Om 19.00 uur steken de compagnieën A en D van de Herefords in canvasbootjes de Zuid-Willemsvaart over. Zij moeten de noordelijke respectievelijk de zuidelijke sector van het geplande 500 meter grote bruggenhoofd aan de overzijde van het kanaal bezetten.

D-compagnie moet ook het belemmerende prikkeldraad van de sluisdeuren verwijderen.

20 minuten later legt de Britse artillerie een vuurgordijn om het in te nemen bruggenhoofd. Ook de weinig nauwkeurige mortieren worden daarbij ingezet.
Vervolgens steekt C-compagnie via de sluisdeuren over, waarna een peloton artillerie en de genie volgen. De genie bouwt in de nachtelijke uren aan een Baileybrug. Verbindingsofficier bij deze hele operatie is luitenant Jackson van K.S.L.I.

De 22ste overdag

Vroeg in de ochtend verplaatst de Fife and Forfar Yeomanry zich via de nieuw aangelegde Baileybrug naar de overkant van het kanaal. Dan bevrijden zij Asten. Bij elke uitgang van het dorp stelt zich een eskadron tanks op. Die houden de wacht en komen bij dreiging in actie. 

De K.S.L.I. zuivert vervolgens alle huizen in het dorp.

Luitenant Steel Brownlie, commandant van het tweede Fife and Forfar eskadron, beschrijft het wachten voor de actie begint: “Wij staan met onze tanks te wachten, terwijl gewonde infanteristen en brancardiers terugkomen uit het bruggenhoofd. De Herefords hebben een zware nacht gehad.”

Zijn tank is de eerste die Asten weet te bereiken. Later zal hij over het plan van Roberts zeggen:

“Het is een wanhopig plan. We moeten met onze tanks in de rij aansluiten, er hoeft maar iets mis te gaan en de vijand kan ons op zijn dooie akkertje uit de weg ruimen. In Asten waaieren we uit naar de diverse toevoerwegen van het dorp, waar we de vijand als het nodig is, op zullen vangen. Daarmee creëren we tegelijk de mogelijkheid voor onze collega’s om rustig het kanaal over te steken.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Situatieschets bij verslag majoor K. Crockford. (Foto: collectie Marietje Kooistra-Kruijf)

Luitenant Kenneth Crockford leidt in 1944 de Herefords. Als majoor zal hij nog jarenlang innige vriendschapsrelaties met enkele Somerenaren onderhouden. Bij een bezoek in 1994 overhandigt hij hen zijn eigen, op schrift gestelde herinneringen aan de strijd bij Sluis 11. In 2014 overlijdt hij.

In 1994 herinnert hij zich:

- dat zijn bataljon in juli voor het eerst nauw samenwerkt met tanks bij een operatie in Normandië. Bij die gelegenheid verliest hij 129 van de ingezette 680 manschappen. 25 sneuvelen, er zijn meer dan 100 gewonden en vermisten. Niet eerder leden de Herefords binnen 24 uur zo’n grote verliezen.    

De balans van de operatie bij Sluis 11 in die septembernacht is zo mogelijk nog triester, van zijn bataljon van naar schatting 250 man sneuvelen er 25 en raken er 35 gewond. Van zijn aanvankelijke drie compagnieën van 38 man zijn er dan nog maar twee van 25 man inzetbaar.

- het oorverdovende kabaal van de beschietingen die beginnen, nadat D-compagnie de oversteek in canvasbootjes heeft gemaakt en het prikkeldraad heeft verwijderd. Als hijzelf met de A-compagnie als volgende oversteekt, blijkt dat de nieuwe krachten zo’n oversteek nooit hebben geoefend. Ook blijken veel boten lek als gevolg van het eerdere oorlogsgeweld. Met hun helmen moeten ze steeds maar water blijven scheppen. De boten moeten terug naar de overkant, wat alweer zes man kost. De hel breekt pas echt los als ze volgens plan hun bruggenhoofd uit willen breiden. Overal slaan kogels en granaten in. Die zes mannen worden aan de overkant bij hun boten door een mortier getroffen. De Duitsers hadden zich overdag ingegraven in de dijk en ze zaten in de huizen bij Sluis 11. Toen A, D en C-compagnie hun posities ingenomen hadden, kwamen ze met vuursteun vanuit Asten in actie.  

- dat een Duitser hem van achter vastgrijpt en stevig omklemt. Twee mannen zijn nodig om hem uit die greep te bevrijden. Dan opeens een enorme klap. Ze zijn gewaarschuwd, dat zoiets in Duitsland kan gebeuren, maar hier? Als ze stukken verwrongen staal tussen hen zien neerkomen, beseffen ze dat het resten van de brug zijn. De Royal Engineers moesten de resten van de brug opblazen om een nieuwe te kunnen bouwen. Die nieuwe moet morgenvroeg klaar zijn, er wordt flink doorgewerkt.

- dat er een stuk kozijn tegen zijn arm slaat als hij tijdens een vuurpauze zijn meest vooruitgeschoven secties bezoekt. Hij kan zijn arm niet meer bewegen. Zijn sergeant adviseert hem naar een hulppost te gaan, maar dat wil hij niet. Zijn mannen mogen niet weten, dat hij gewond is. Ze zijn toch al met te weinig. De sergeant verbindt hem, een soldaat herlaadt zijn magazijn. Hij vecht door.

Tekst gaat verder onder de afbeelding 


Het zwaar beschadigde patersklooster in Asten. (Foto: collectie Ruud Wildekamp)

- dat een verbeten vijand probeert het werk van de genie te frustreren. Die Duitsers gaan maar door ook al vallen er overal granaten en wordt er flink geschoten. Als ze de brug naderen, leggen de bruggenbouwers hun gereedschap neer en pakken ze hun geweren op. De Duitsers proberen het nog vaker. Crockford ziet tijdens één van die aanvallen een lichtflits, hij ligt opeens met een splijtende hoofdpijn op de grond en hoort een hem onbekende taal. Hij houdt zich dood uit angst voor een bajonetsteek of … het genadeschot. Pas als hij geen stemmen meer hoort, opent hij zijn ogen. De zoeklichten doen hem pijn aan zijn ogen, maar ze helpen hem ook zijn positie te bepalen. Voorzichtig komt hij overeind. Hij gooit zijn pioniersschep weg, zijn ene hand heeft hij nodig om zijn geweer vast te houden. Dan hoort hij Engels praten, hij roept. Zijn sergeant reageert op de bekende stem. De vijand blijkt zich op dat moment tussen het peloton en het kanaal te bevinden. Daarom heeft de sergeant zijn mannen geïnstrueerd te schieten op alles wat beweegt. Hij heeft geluk gehad!

- dat hij tegen de ochtend contact zoekt met generaal Roberts. Hij treft hem bij de brug in het gezelschap van twee soldaten met reservemunitie. Roberts geeft bevel alle huizen te zuiveren voordat hij de aanval inzet. Zijn mannen kammen de huizen aan beide kanten van de straat uit maar nergens een vijand. Als ze de laatste huizen hebben gehad, zwaaien ze naar elkaar ten teken dat alles klaar is. Dan opeens worden ze vanonder een duiker 50 meter verderop onder vuur genomen. Ze verschuilen zich in de betrekkelijke veiligheid van de tuinen, waar ze door hun eigen verkenners weer weggestuurd worden. De opmars van Fife and Forfar en K.S.L.I. staat op punt te beginnen. De artillerie zal flankerend granaatvuur geven. Ze zijn net weg als de eerste projectielen achter de huizen vallen.

- dat vijftig meter verderop de eerste tank tot stilstand komt. Door een trekbom. De andere twee tanks van de troep willen hun leider rechts en links passeren, ze moeten daarvoor van de weg af. Allebei lopen ze vast in de moerassige bodem. Het lijkt voorbij. Dan duwt de leider van de tweede troep de in de weg staande tank met een enorme klap aan de kant. Gevolgd door de tanks van zijn eskadron rijdt hij in een noodgang door naar Asten. Crockford ziet hoe luitenant Don Bulley, de chauffeur van de eerste, het luik van de uitgeschakelde tank opent en gericht met zijn revolver begint te schieten. Bulley wordt zelf geraakt en overleeft dat niet. Her en der springen bemanningsleden uit hun stilgevallen tank. Waar mogelijk biedt de volgende troep hulp. Achter achteruitrijdende tanks sluipen de ongelukkigen terug naar de brug.

Crockford ten slotte: “Wat ik daar die ochtend gezien heb, zal me altijd bij blijven!”

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Major Kenneth Crockford MC *1923 - †2014. (Foto: collectie Marietje Kooistra-Kruijf)

- ook het gedenkwaardige verhaal van luitenant Steel Brownlie. Die staat die morgen, kort nadat hij de tank van Bulley met een klap aan de kant geschoven heeft, met zijn bemanning te posten langs de weg naar Ommel. Tot zijn verbazing zien ze wat naar het westen wel honderd Duitsers naar Sluis 11 marcheren. Daar zit A-compagnie echt niet op te wachten! Even later, als ze bekomen zijn van de eerste verbazing, bestoken ze die Duitsers met hun ‘high explosive’-granaten. Het tijdmechanisme ervan stellen ze zo in, dat die granaten boven die Duitsers exploderen. Witte zakdoeken. Daarna nemen ze 37 gewonden gevangen, die berichten dat er 60 doden zijn gevallen. Als Steel Brownlie weer teruggaat naar Asten, is K.S.L.I. nog bezig de huizen te zuiveren.

Ook Ted Jones van de A-compagnie van de Shropshires  (K.S.L.I.) doet verslag:

‘De Herefords hadden een bruggenhoofd bezet, maar de berichten die ons bereikten, waren niet goed. Bij tegenaanvallen zouden enkele jongens door een kapotgeschoten hoogspanningsleiding zijn geëlektrocuteerd. Toch wist de genie ondanks vijandelijke aanvallen een brug te bouwen.

Toen de Fife and Forfar die brug over trok, werden zij aangevallen met pantservuisten en trekbommen, de eerste troep overleefde het niet. Degenen die uit hun tank wisten te springen, werden met machinegeweren beschoten. Wij als A-compagnie trokken als laatsten de brug over. Overal lagen doden, van één Duitse soldaat was het hoofd grotendeels weggeschoten. Een wit konijntje zat bij zijn schouder, ik nam het onder mijn battledress mee. Voor het eerst brachten we in de praktijk, wat we geleerd hadden. We zuiverden de huizen door die van achter binnen te gaan. De straat was onze ‘killing ground’. Een aan het eind van de straat opgestelde tank schoot op iedereen, die door een voordeur naar buiten kwam. ’s Avonds groeven we ons in enkele tuinen aan de rand van het dorp in. Tijdens dat graven ontdekte ik een vreemde bobbel onder het hemd van mijn battledress. Het witte konijn! Ik had er geen moment meer aan gedacht. Ik liet het beestje vrij.’

De Shropshires (K.S.L.I.)
Asten werd stevig verdedigd door vooral ervaren Duitse soldaten, die aan het Oostfront gevochten hadden. De Shropshires moesten het dorp zuiveren en dat kostte hen met al hun ervaring een hele dag. Overal lagen dode Duitsers, ze maakten 250 krijgsgevangenen.

George Perks, motorordonnans bij het mortier peloton: ‘Mijn pelotonscommandant en ik waren op zoek naar een goede uitkijkpost. We gingen de kerk in. Daar was een eerstehulppost gevestigd, het lag er vol gewonden van beide partijen. We klommen een stuk de toren in, maar konden geen geschikte uitkijkplek vinden. Er hing een geur van dood en destructie. De dood beheerste de straten.’

Jo Davey herinnert zich: ‘Als A-compagnie de brug over gaat, is het vuren gestopt. In het open terrein tot 300 meter na de brug en in de huizen, overal liggen doden, vooral Duitsers. Dat beeld zal ik nooit vergeten. We werkten de huizen in het dorp een voor een af en ook het kerkhof. Ik kreeg een appel van de pastoor. Hij was de eerste burger, die ik zag. Verderop (bij de ijzergieterij, red.) staan we tegenover de vijand. Een kogel raakt de deurpost naast mij, de volgende gaat door mijn buik. Het zal een half jaar duren voor ik me weer bij mijn bataljon kan voegen.’

Davey komt in het veldhospitaal in Geldrop terecht. Daar ligt hij naast Marietje Kruijf, die ook zwaargewond is geraakt die dag. Na veertig jaar zal hij haar als Marietje Kooistra-Kruijf weer ontmoeten.

Commandant Tom Maddocks van de A-compagnie: ‘Als de mannen van peloton 7 bijna klaar zijn (op Voordeldonk, red.) zien ze Duitse infanteristen met anti-tankguns naderen. Sergeant Cahill organiseert zijn peloton, terwijl ze onder mortiervuur liggen. In het stuk van de straat, dat nog niet gezuiverd is, vinden man tot man gevechten plaats.’

De Shropshires hebben negen doden te betreuren en dat is minder dan verwacht.

Met de terugtocht van de geallieerden uit Arnhem eindigt in de nacht van 25/26 september ook de flankoperatie. Voor de 11e pantserdivisie is de slag om Asten goed verlopen. De samenwerking tussen infanterie en tanks was ongeëvenaard en voor de gevechten bij Sluis 11 en in Asten zijn in totaal twaalf geallieerde militairen gedecoreerd.

Gerelateerde nieuwsberichten

Archeologisch onderzoek in Someren SOMEREN - Op het kruispunt Witvrouwenbergweg/Provincialeweg in Someren zijn afgelopen week verschillende archeologische onderzoeken gedaan. Volgens de archeologen zouden er vroeger twee wegen hebben gelopen. 7,5 procent van het terrein... 23 oktober 2019 - 15:01
Twee jubilarissen bij Vrouwen van Nu SOMEREN - Tijdens de viering van het 90-jarig bestaan op donderdag 17 oktober zijn twee leden van verenging Vrouwen van Nu gehuldigd vanwege hun 50 - en 70-jarig lidmaatschap. Marietje... 23 oktober 2019 - 12:56
Twee nieuwe gezichten in de Glazen Kooi 2019 SOMEREN - Johnny den Dekker en Tim Raijmakers zijn de nieuwe dj's voor de aankomende editie van de Glazen Kooi. Beide heren laten zich 45 uur opsluiten voor het goede... 22 oktober 2019 - 12:54
Veel fietsendiefstallen in centrum Someren SOMEREN - De laatste maanden worden er in het centrum van Someren veel fietsen gestolen, vooral bij de Jumbo, ijssalon Hartentroef en café Uncle Buck is het raak. De diefstallen... 21 oktober 2019 - 12:10
Oud-Somerenaar Nico van Eijk krijgt topfunctie SOMEREN - Oud-Somerenaar Nico van Eijk gaat per 1 november aan de slag als voorzitter van de commissie die toezicht houdt op veiligheidsdienst AIVD en en MIVD (Militaire inlichtingen- en... 18 oktober 2019 - 11:58
Gemeente presenteert begroting SOMEREN – De gemeente Someren heeft de financiën voorlopig op orde. Dat bleek uit de presentatie van de begroting afgelopen donderdag. Een overzicht van de belangrijkste punten uit de begroting... 17 oktober 2019 - 11:11