2. familie Geboers in 1921 met Mina bij vader en Harry bij moeder op schoot. Uiterst rechts Johan. Gerard en Fien zijn nog niet geboren.

‘Volk’ over de vloer

vrijdag 16 augustus 2019 - 11:06|Gerard Geboers

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke herinneringen uit Asten, Someren, Deurne en omgeving. Vandaag aflevering 32: 'Volk' over de vloer.

Bij Graard en Dina Geboers (mijn grootouders) zal eerder ook wel geregeld ‘volk’ over de vloer zijn gekomen. Maar de notities in het oorlogsdagboek van Jan Been – een Haagse onderduiker die drie maanden bij hen in huis verblijft – maken wel heel duidelijk, dat dat in de oorlogsjaren zeker het geval is. Hij moet met zijn maten vaak wegduiken, omdat er ‘volk’ komt. De oorlog brengt bij hen ook ‘ander volk’ binnen, heel verschillende types komen er. Graard en Dina hebben het geluk, dat zijzelf, hun negen kinderen en ook al hun kleinkinderen de oorlog overleven. Zelfs hun vee blijft gespaard. En dat terwijl er in de herfst van 1944 rondom hun huis toch volop strijd wordt geleverd.

Tijdens de Duitse inval in 1940 bieden zij onderdak aan Meijelse evacués. In 1943 en 1944 hebben zij onder anderen Utrechtse, Haagse en Rotterdamse onderduikers in huis, katholiek en protestant, wat in die tijd van verzuiling nog allerminst vanzelfsprekend is. Rond de bevrijding in september 1944 krijgen ze tegelijk met Astense en Heusdense evacués ook Duitse militairen in huis. Tijdens de Duitse tegenaanval in oktober kiezen ze er ook zelf voor te evacueren, hun dochter Mina en zoon Harry (mijn vader) blijven op de boerderij om het vee te verzorgen. Die moeten dan omgaan met Engelse en Amerikaanse militairen. Dit artikel gaat vooral over de gasten in die roerige herfst.

Graard en Dina Geboers zijn heel gewone mensen van het type dat dan in de dorpen in de Peel het meest voorkomt, namelijk overtuigd rooms-katholieke, arme boeren. Beiden zijn zij in de vroege jaren tachtig van de 19e eeuw geboren en als zij in 1907 trouwen, leeft nog maar één van hun beider ouders. Zij wonen in de kern van Heusden – waar nu de Pandoer is – tot zij in 1925 op de Pannenhoef (thans Snepweg 4) een heideontginningsboerderij opstarten. Bij hun keuze om te verhuizen kan het uitdijende dorp een rol gespeeld hebben – rond 1920 wordt vlakbij hen een coöperatiewinkel, een school en een kerk gebouwd – maar waarschijnlijker is, dat hun lang gekoesterde wens om een eigen boerderij te beginnen de doorslag heeft gegeven. Vooral Graard blijkt een echte ondernemer, als hij al tegen de zeventig loopt, begint hij in nieuwe ontginningen in de Peel nog een keer opnieuw. Hun gezin telt negen kinderen, de oudste zoon Johan wordt – ook geheel naar de mores van die tijd – in 1938 priester gewijd. Hij werkt in de oorlogsjaren als kapelaan in Someren-Heide en is actief binnen de LO, afdeling Someren. In 1944 wonen hun drie oudste dochters in respectievelijk Mierlo, Deurne en Someren, elk met een eigen gezin. Frans, Mina, Harry, Gerard en Fien zijn dan nog thuis.

Op woensdag 20 september 1944 lopen de geallieerden vast bij Sluis 11, de Duitsers hebben kort voor hun komst immers de brug over de Zuid-Willemsvaart opgeblazen. De Engelsen, die de oostelijke flank van de corridor Eindhoven – Veghel – Nijmegen – Arnhem moeten bevrijden, laten zich echter niet tegenhouden. Zij kiezen ervoor om bij Sluis 11 een doorbraak te forceren om dan via Asten verder te trekken. Die woensdagavond nemen ze vanaf hun positie achter het kanaal meteen al de Astense aanvoerwegen naar Sluis 11 onder vuur. Daarmee hopen ze de aanvoer van Duitse troepen en Duits materieel te frustreren. Op de Pannenhoef zijn die beschietingen goed te horen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


De boerderij van Geboers op de Pannenhoef in 1944.

In de jaren tachtig tekent Harry Geboers zijn herinneringen aan de septemberdagen van 1944 op:

… Het duurde niet lang of er brak op verschillende plaatsen brand uit. Thuis waren wij druk in de weer met het bouwen van een schuilkelder. Langs de weg hadden we een kuil gegraven van 4,5 meter lang, 1 meter breed en 85 centimeter diep. Daar legden we balken, latten en stro over en daarop het uitgegraven zand. Aan de achterkant maakten we een trap en onze schuilkelder was klaar. Maar voor de avond viel, was hij al te klein …

Zijn zus Fien Berkers-Geboers kijkt tijdens een forumavond voor heemkundekring De Vonder in 2014 terug: … Wij zaten daar op de Pannenhoef nogal achteraf. Maar vrijdags kwamen er toch al mensen uit de Wolfsberg en uit Heusden, die voelden zich veiliger bij ons dan daar in de straat … ze moesten daar ook weg van de Duitsers … Wij hadden nog gauw een extra schuilkelder gebouwd, we hadden er dus twee. En wie niet in een schuilkelder kon, zat in huis in de kelder. Daar zaten vooral oude mensen.

Harry weer: … Op vrijdagmorgen kwam een Duitse soldaat bij ons. Hij zag het gat waar wij inzaten en zei: “Die schuilkelder is niet goed!” Hij tekende op de grond hoe we ‘m veiliger konden maken, met bochten erin en twee uitgangen. We hebben diezelfde dag nog een tweede uitgang gemaakt ...

Hij schrijft ook: … ‘s Vrijdagsavonds parkeerden de Duitsers een vrachtwagen bij ons aan de gevel. Die zal voor de bevoorrading van de militairen geweest zijn, maar veel eten kan er niet ingezeten hebben. Mijn zus had voor ons gezin en alle evacués aardappelen en pap gekookt. Toen de Duitsers dit zagen, namen ze alles mee. Wij gingen de koeien maar weer melken. De pap, die mijn zus toen kookte, aten we op zonder die zelfs maar af te laten koelen.

… Die Duitsers hadden blijkbaar geen eten. Wij hadden buiten bij de keuken een kruik staan met zure melk, groente-afval en het overschot aan aardappelen. Dat was voor de varkens! Maar de Duitsers hebben die kruik die nacht leeggegeten.

Fien op haar beurt: … in de nacht van vrijdag op zaterdag hoorde vader door de Bleek een auto aankomen. Nooit kwam er een auto via die weg, maar toen dus wel. Het bleek een Duitse auto vol munitie, waar een kanon achter hing en met nog een hele troep soldaten er achteraan. Zij kwamen te voet van Maaseik. Honderd meter voor ons huis stelden ze hun kanon op … in een sloot. De soldaten moesten die nacht schuttersputten graven, ook al waren ze nog zo moe en hadden ze hun voeten helemaal kapotgelopen. De Duitse leiders verwachtten kennelijk, dat de Engelsen door Heusden zouden trekken. Maar dat gebeurde gelukkig niet, Heusden bleef gespaard.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


De Haagse onderduikers Jan Been en Nico Zonneveld leren melken.

Fien verder: Die Duitsers hadden vijf jonge hennen op hun auto zitten, die moesten wij slachten en er dan soep van trekken. Dat deden we met tegenzin … maar we hadden geen keus! Wij waren zelf al met 28 man en hadden amper nog eten in huis. Ons moeder en de geëvacueerde vrouwen hadden die morgen wel nog aardappelen geschild en er was nog wat inmaak in de kelder, die dag konden we nog vooruit. Maar toen kwamen die Duitsers! Ze zagen onze aardappelen en voerden hun mand vol in de schil gekookte aardappelen aan de varkens. Zelf aten ze die van ons op … wij hadden dus niks meer. Net op dat moment kwam er een Feldwebel. Hij gaf zijn mannen opdracht onmiddellijk naar Sluis 11 te vertrekken. Het hele spul stond op en trok ten strijde. We hadden geluk!

Harry weer: … Van vrijdag- op zaterdagnacht was het bij ons een in- en uitloop van Duitsers. Rond 1.00 uur kwam er een groep binnen onder leiding van een officier met een gezicht vol littekens en een borst vol onderscheidingen. IJzeren kruisen en medailles voor betoonde moed op Kreta, in Joegoslavië, El Alamein, van ’t Oostfront en weet ik ’t allemaal. Met een blik van “Moet je mij eens zien!” keek hij mij geringschattend aan.

Dan volgt een verhaal over bloemen, dat zowel op Fien als op Harry indruk maakte. Fien zei het zo: … Er stond een vaas met bloemen op tafel en ons Mina pakte die weg. Zij zal gedacht hebben “Als die vaas maar niet kapot valt!” Een Duitser zei toen: “Ach, lass mal stehen, auch wir finden ihre Blumen schön!” Toen oreerde die gedecoreerde officier: “Nein! Die sind für den Tommie … wenn er kommt!” … en ook … “In vier Wochen sind wir zurück, dann geht der Tommie wieder zurück … und schnell!”

Fien: die Duitsers hadden wel in de gaten, dat wij hen niet moesten.

Na het vertrek van de groep komt het gesprek in rustiger vaarwater. Fien vervolgt: De chauffeur van de Duitse wagen zei tegen vader: “Solche Leute machen den Krieg länger, Deutschland hat den Krieg doch verloren!” Deze boer uit Aken was 45 jaar oud en vader van drie kinderen. Vader zei: “Man, gooi je kleren toch weg en ga naar huis. Het is vlakbij, hier heb je een overall!” Maar dat kon hij niet. Hij durfde niet! Als bekend zou worden dat hij gedeserteerd was, zouden zijn vrouw en kinderen niet veilig meer zijn.  

Fien verder: Het waren meest oudere Duitsers, die ‘s zaterdags bij Sluis 11 moesten gaan vechten. Van degenen die er zaterdags van ons uit naartoe moesten, kwam er ’s zondags nog één terug. Een man van 45-50 jaar, hij zei: “Schrecklich, der Krieg! Hier fiel eine Kamerade, dort fiel eine. Allein Ich hab’s überlebt.” De Duitsers kregen opeens een menselijker gezicht. Fien: “Voor die mensen was het ook een heel ellende.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding


De nog thuiswonende leden van de familie Geboers met hun Haagse onderduikers. V.l.n.r.: voor Fien en Mina hurken Nico Zonneveld en Rinus Hildernisse, achter hen staan Frans, Gerard, Harry Geboers en dagboekschrijver Jan Been.

Na de bevrijding van Asten ligt de Pannenhoef nog een aantal weken in niemandsland.

Harry tekent dan op: … Tussen Asten en de Peel patrouilleerden overdag Engelse en later Amerikaanse troepen met tanks. Maar ’s avonds kwamen de Duitsers zachtjes te voet. 

Als hij eind oktober weer bij zijn zus in Someren werkt, bereikt hem daar het bericht dat er in Asten van alles loos is. Veel mensen zouden alweer evacueren. Hij fietst naar Sluis 11, hij wil thuis gaan kijken hoe het er daar voor staat. Daar houden Nederlandse Ordedienstsoldaten hem tegen, alleen militair verkeer laten ze door. Hij moet over Sluis 10. Tegen druk verkeer van wagens en karren in fietst hij over de Dijkstraat naar huis. Daar is dan alles nog rustig. Zijn ouders en Fien blijken wel al een dag bij zijn oudste zus in Mierlo te zijn. Ze zijn halsoverkop vertrokken? Gerard was aan het ploegen. Hij moest er onmiddellijk mee stoppen, zijn ouders hadden het paard nodig! De ploeg staat eenzaam op de akker. Opeens zegt Gerard: “Als jij hier blijft, ga ik ook naar Mierlo. Ik vertrouw het hier niks meer.” “Ga maar,” zegt Harry, “ik blijf thuis.”  

Maar al vóór Gerard weg is, staan er drie totaal ontredderde, hongerige Amerikanen aan de deur. Hun uniformen zitten onder het bloed. Mina zet voor hen brood en melk op tafel, ze bakt ook eieren. Het duurt even voor ze het begrijpt, maar dan blijkt hun tank door de Duitsers in brand geschoten te zijn. Hun kameraden zijn dood … ja, dat is bloed van hun makkers!

Als de Amerikanen net klaar zijn met eten komt er opeens een Engelse officier rond het huis gereden. Nauwgezet speurt hij naar plekken vers omgewoelde grond. Daar rijdt hij met zijn jeep overheen. Verwacht hij daar misschien mijnen? Maar Mina vreest intussen voor haar huisraad. Kort voordat haar ouders vertrokken, vroegen die haar broers het een en ander aan kleren en aardewerk te begraven. Mocht het huis afbranden dan hadden ze dat toch nog over.

De Engelsman komt binnen. Hij maakt duidelijk, dat er bij hen een batterij geschut wordt opgesteld. Gelukkig is Gerard er nog. Met zijn drie jaar klein seminarie kan hij het best met Engels uit de voeten. Als de Amerikanen aanstalten maken om te vertrekken, vraagt hij hen of langer blijven wel verantwoord is. De Engelsman, die dit hoort, reageert als door een wesp gestoken: “Als wij terug moeten voor de Duitsers, nemen wij jullie mee. Maar ik denk niet, dat wij teruggaan. Wij zijn geen Amerikanen!” Harry signaleert, dat de sfeer in huis sinds de komst van de Engelsman erg gespannen is. De Engelsen en de Amerikanen, het zijn elkaars vrienden niet.

Ook schrijft hij: “… die batterij luchtdoelgeschut is een half uur later al opgesteld, op iedere hoek van ons huis staat dan een kanon, ze staan zo’n dertig meter van elkaar. Tegelijkertijd beginnen ze met het opstellen van zogenaamde 5.5 kanonnen tussen de Meijelseweg en de Voordeldonkse Broekloop, naar schatting ongeveer dertig. Zandzakken worden gevuld, zandwallen opgeworpen en al gauw beginnen die zware jongens te schieten.” Gerard weet te achterhalen, dat de kanonnen bij hun huis een bereik van enkele kilometers hebben en dat ze op de Eeuwselse bossen gericht staan. Een Duitse reactie blijft – vreemd genoeg – uit, zelfs als die zware kanonnen gaan schieten.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Dina Geboers schilt appels – 1944.

Harry: “… Een paar uur later, als diezelfde Engelse officier komt vragen of we instemmen met een commandopost in huis, reikt de rij zware kanonnen al tot aan de Bluijssens Broekdijk. Twee weken lang zullen die op ongeveer 400 meter van ons huis blijven staan, daarna nog een poosje een paar honderd meter verderop. Wij maken kennis met de Engelse schutters en leren in korte tijd heel wat Engelse woorden. Waar nodig worden die met gebarentaal toegelicht.”

Harry noemt de eenheden niet, maar waarschijnlijk gaat het om het 25th of het 131th Britse Field Artillery Regiment, die respectievelijk op 28 en 29 oktober ten oosten van Heusden worden ingezet. Het is zeer de vraag of de geallieerde opmars geslaagd zou zijn zonder de intensieve artilleriesteun van deze beide regimenten.

Harry weer: “… Als die Engelsen iemand de Peel in zagen gaan, lieten ze mij door hun verrekijker kijken. Als ik hem kende en bijvoorbeeld zei, “Dat is een boer, die zijn vee gaat verzorgen,” lieten ze hem lopen. In die weken waren er niet veel mensen in de Peel. Het niemandsland was vanwege de risico’s zoveel mogelijk geëvacueerd.” De OD controleerde het gebied.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Fien Berkers-Geboers vertelt op locatie aan de leden van the Lucky Seventh, wat zij op de Pannenhoef in de oorlogsjaren beleefd heeft - 5 mei 2013.

Harry zit op enig moment bij de Engelsen in de tent. Plotsklaps sturen die hem dan naar huis met de toevoeging, dat ze thuis onmiddellijk de kelder in moeten. De Britten nemen meteen hun posities in en even later laat een Duitse bommenwerper zijn bommen vallen. Steeds op gelijke afstand van de kanonnen! Die Engelsen hebben geluk! De boerderij raakt door de drukgolf van de explosies een derde van alle pannen kwijt. De volgende ochtend herstellen ze het dak. Gelukkig zijn er nog pannen op voorraad. Mina waardeert het zeer, dat de Britten om twaalf uur drie warme maaltijden komen brengen. Ze moest het dak helpen repareren, ze kon daarom niet koken. Een officier van de in hun huis gevestigde commandopost biedt hen die middag nog een glas rum aan. Om van de schrik te bekomen! Jaren later zijn een paar Britten, die in 1944 bij hen over de vloer kwamen, nog eens terug geweest. Ze kunnen hen geruststellen, alle Britten die toen bij hen geweest zijn, hebben de oorlog overleefd. Het doet hen goed, het waren allemaal fijne mannen.

Half november kondigt een Engelse officier aan, dat de aanval op de Duitsers die dag nog zal beginnen. Hij adviseert hen dringend alle ramen en deuren wijd open te zetten, de daarmee samenhangende drukgolf zou het huis zwaar kunnen beschadigen. 1500 zware kanonnen op de lijn Nederweert-Venray openen die middag om 16.00 uur tegelijk het vuur. “Ongelooflijk wat een gedonder gaf dat ... Het zou twee uur duren…”

Harry tenslotte: “… De oorlog was nog niet afgelopen, maar wij waren weer vrij. Wat een opluchting, weer vrij te kunnen spreken, de mensen weer te kunnen vertrouwen, niet meer bang te hoeven zijn voor verraad en gijzeling. Dat is eigenlijk niet onder woorden te brengen …

Wel was het nog gevaarlijk door allerlei achtergebleven oorlogsmaterieel …

Met een buurman ging ik eens kijken wat er in de Peel gebeurd was. Toen we over een wei-afrastering stapten, hoorden we een knal. 25 meter verderop begon een  fakkel te branden …

De ploeg stond twee weken op het land, toen mijn broer er naar ging kijken. Omdat hij een draadje zag waarschuwde hij de in de buurt aanwezige Engelse militairen. Die ontdekten een met de ploeg verbonden Duitse landmijn in de grond.” 

Tags

Gerelateerde nieuwsberichten

Alcoholcontrole in Lierop LIEROP - De politie heeft maandagavond een alcoholcontrole gehouden aan de Steemertseweg in Lierop. Één automobilist was onder invloed van alcohol en kreeg een proces-verbaal. In totaal werden er 156... 17 september 2019 - 16:56
Bierdoppen massaal ingeleverd SOMEREN - De bierdoppeninleverdag in Someren is weer een groot succes geworden. Uit alle hoeken en gaten werden er afgelopen zondag doppen ingeleverd op het Wilhelminaplein. Het was soms een... 17 september 2019 - 12:34
Gedenkteken omgekomen Statenleden onthuld ’S-HERTOGENBOSCH/SOMEREN - Statenleden die in Tweede Wereldoorlog door geweld van de Duitsers om het leven kwamen, verdienen een herinnering in het provinciehuis. Dat was de strekking van de motie die... 16 september 2019 - 10:24
Opnieuw nul op het rekest voor Peter Schols SOMEREN - Somerenaar Peter Schols kreeg afgelopen donderdagavond tijdens de maandelijkse raadsvergadering opnieuw geen bevredigend antwoord. Schols mag geen wietplanten voor medicinaal gebruik in zijn achtertuin plaatsen, zo luidde het... 13 september 2019 - 14:45
De bevrijding van Someren en Asten De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek... 13 september 2019 - 13:16
Nieuwe oversteekplaats in Someren SOMEREN - Ter hoogte van Hotel Centraal en het Wapen van Someren is afgelopen week een nieuwe zichtbare oversteekplaats gemaakt. De oversteek is gemarkeerd met witte stippellijnen en er volgen... 13 september 2019 - 12:46