Een voorwerp dat later werd gevonden, en dat mogelijk tot de neergestorte Lancaster behoorde.

Een miraculeuze ontsnapping

dinsdag 28 mei 2019 - 10:31|

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke herinneringen uit de omgeving Asten, Someren en Deurne. Vandaag aflevering 20: Een miraculeuze ontsnapping.

Het verhaal van Welshman Eric Grisdale leest als een meeslepende thriller. In 1944 stortten de piloot en zijn bemanning neer in de Peel, na eerder in Duitsland bommen te hebben gelost. Later schreef Grisdale een boek over zijn avonturen met als titel ‘One of Many’. Een passage uit dat werk mag in deze oorlogsrubriek niet ontbreken.

"Mijn verhaal begint op het vliegveld van Wickenby, Lincolnshire op 22 mei 1944, waar wij met ons vliegtuig naar Duitsland werden gestuurd om bommen te werpen op Dortmund in het Ruhrgebied. We waren met zeven mensen aan boord, ikzelf was een Welshman, verder twee Canadezen, een Schot en twee Engelsen. We vertrokken 's avonds om elf uur, en de spanning was van al onze gezichten af te lezen. We bereikten onze voorgeschreven hoogte en voegden ons bij de grote vliegende vloot. Toen we over de Nederlandse eilanden Texel en Terschelling vlogen begon een van de motoren te haperen. De boordmecanicien kon gelukkig de storing opsporen en repareren. Door dit oponthoud kwamen we iets later dan één uur op de plek aan, maar we konden onze bommen precies op de juiste plek laten vallen, waar een spervuur van luchtdoelgeschut ons omringde. Een stukje van een granaat drong het vliegtuig binnen, maar ik kon er geen acht op slaan want mijn hele aandacht was erop gericht om te draaien en de weg naar huis in te slaan.

Ik had nu tijd om de hitte van de motoren te controleren en zag tot mijn ontzetting dat de oliedruk van een van de motoren onder nul was gedaald. Als dit niet kon worden opgelost, moest ik op twee en een halve motor verder, waardoor we langzaam hoogte zouden verliezen. Intussen vloog ik weer boven Hollands grondgebied. Het was ongeveer twee uur toen het vliegtuig werd geraakt door kogels van een Duitse nachtjager. Die doorboorden aan de zijkant een brandstoftank, die meteen in brand vloog. Ik gooide het toestel onmiddellijk in een schroefduik waardoor het schieten van de nachtjager ophield. De hele vleugel brandde als een fakkel en de kist was onbestuurbaar geworden. Toen ik rondkeek zag ik dat de navigator en de boordschutter bij de beschieting gedood waren. Ik realiseerde me dat de situatie hopeloos was en gaf het bevel om uit het toestel te springen. Ik greep mijn parachute achter mijn stoel en klemde het vast aan het vest dat ik al aan had. Ik liep naar achter om bij het bommenluik te komen toen er plots een hevige explosie plaatsvond. Ik werd achterwaarts geworpen en vond mezelf terug met mijn hoofd tussen twee gele pijpen. Ik was er zeker van dat mijn laatste uur had geslagen, er was geen gevoel van paniek, alleen van het onvermijdelijke en acceptatie.

Na niet meer dan enkele seconden volgde nog een andere hevige explosie en die slingerde mij uit het toestel. Ik had er geen idee van hoelang ik in vrije val was. Ik keek tegen mijn voeten aan en realiseerde me dat ik wat moest doen. Ik trok aan het ripkoord van mijn parachute die meteen openging en even daarna raakte ik de aarde. Het brandende vliegtuig naderde mij van boven en even leek het of het boven op mij terecht zou komen, maar het stortte enkele honderden meters verder van de plek waar ik geland was. Een verwoestende bal van vuur volgde. Er was geen enkel teken van de rest van de bemanning van het vliegtuig.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


De crew van de Lancaster NE 118 van de R.A.F., met in het midden links piloot Eric Grisdale. (Bron: One to Many)

Ik nam meteen de situatie in me op. Ik was gewond aan mijn hoofd en ik had erge pijn aan mijn rechterhand, die naderhand gebroken bleek te zijn. Boven mij zoemden de 1600 vliegtuigen die op weg waren terug naar Engeland. De noodzaak tot overleven was bij ons allen sterk aanwezig, dus begon ik actie te ondernemen. Ik verborg mijn parachute zo goed als mogelijk maar dat viel niet mee met een gewonde hand. Ik verliet het veld waar ik geland was, kwam op een zandweg uit (richting de behelp in Heusden, red.) en besloot die te volgen. De nacht was heel stil en rustig nu, tot het geluid van stemmen tot mij doordrong. Ik dacht even dat het stemmen waren van mijn bemanning maar besloot toch maar om voorzichtig te zijn. Ik sprong in een sloot en dat was mijn geluk, want ik zag twee mannen op de fiets, en aan de geweren op hun rug en de stalen helmen te zien waren het ongetwijfeld Duitse soldaten op weg naar mijn brandende vliegtuig. Nadat zij gepasseerd waren zonder mij te zien, klom ik uit de sloot en ging verder.

Toen ik een eindje verder gelopen was, kwam mijn volgende probleem in de vorm van een bruggetje over een riviertje (de Aa, red.). Het was geen breed water en ik zou er gemakkelijk overheen kunnen zwemmen, maar ik was moe en het was koud. De brug zou bewaakt kunnen zijn en daarom kroop ik er zo voorzichtig als ik kon naartoe. Er was niets of niemand te horen of te zien. Ik besloot daarom langzaam en rustig over de brug te lopen. Toen ik ongeveer halverwege was, stond mijn hart stil bij het geluid van fluisterende stemmen. Het was te laat om terug te gaan, dus marcheerde ik brutaal voorwaarts en zag op het einde van de brug drie personen staan. Ik mompelde wat binnensmonds, zij reageerden niet en ik dacht, dat is gelukt. Toen ik een paar passen verder was, werd er een hand op mijn schouder gelegd en een stem zei: “Englander? R.AF.?" (Dit waren Jozef van der Heijden, Karel van de Kerkhof en een ondergedoken student, die vlot Engels sprak, red.). De drie mannen waren erg vriendelijk en behulpzaam en voorkwamen mijn arrestatie door de vijand.

Van mijn kant was ik erg opgelucht en blij te ondervinden dat zij zo vriendelijk waren en mij wilden helpen. Ik trok uit mijn zak een pakje ‘Players’ sigaretten waar er nog net vier inzaten, dus we hadden er ieder één. Ik kreeg meteen een lesje van hen, want ik gooide het lege pakje weg. Onmiddellijk pakte één van hen het op en stopte het in zijn zak, terwijl hij uitlegde dat de Duitsers dit hadden kunnen vinden. Zij informeerden naar mijn gezondheid en toen ze hoorden van mijn gebroken hand, wilden ze mij naar een bevriende arts brengen voor een onderzoek. Het dorp, wat ik later ontdekte, was Someren en ruim een mijl van de brug. Ze hadden drie fietsen, en met mij balancerend op de pakkendrager van een van de fietsen, trokken we naar het dorp. Dat was de meest angstige reis die ik ooit had gemaakt, heel ongemakkelijk achter op een fiets, getrapt door een vreemdeling, door een vreemd land en heel erg bang om gearresteerd te worden door een Duitse soldaat of door een politieagent. Ik kwam zonder verdere incidenten bij de dokterspraktijk, en na wat kiezelsteentjes tegen de ramen van de bovenverdieping te hebben gegooid werd de arts wakker en konden we binnenkomen. Daar volgde een gehaast en fluisterende consultatie. De dokter (dokter Eijnatten), was net zo zenuwachtig als ik. Hij verbond mijn wonden en legde een spalk om mijn hand. Dit gebeurde in grote haast, binnen een uur, en ik wist zeker dat hij mij zo snel mogelijk uit zijn huis wilde hebben. Toen we buiten waren werd mij uitgelegd dat ze mij naar een boerderij zouden brengen buiten de kern van Someren. Maar omdat de Duitsers intussen op pad waren, moest het met grote spoed gebeuren. Deze rit gebeurde zonder incidenten, maar mijn hart dreigde onderweg te barsten.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Een ontmoeting tussen Eric Grisdale (r) en Pop Punter in 1985 in Wales. (Bron: One to Many)

We arriveerden bij de boerderij waar ik in de keuken werd binnengebracht. Ik werd met open armen begroet door de boer en zijn vrouw. Dit soort begroeting is in mijn herinnering de trots van het Nederlandse volk. Zij waren bereid om te helpen, op elke manier de Duitsers tegen te werken en dachten niet na over de consequenties, maar zij deden het gewoon zo. Intussen voelde ik mij helemaal groggy en erg moe. Ik kreeg wat drinken, en werd de weg gewezen naar de hooischuur die pal boven de keuken lag. Deze was alleen te bereiken door middel van een smal laddertje door het plafond. Mij werd opgedragen om onder alle omstandigheden rustig te blijven, en ik was blij om in het hooi te duiken, en onmiddellijk in een diepe slaap te vallen. Ik werd de volgende ochtend gewekt door Karel van de Kerkhof, die mij naar de boerderij had gebracht. Hij was 's nachts weer terug het Ven ingegaan om te kijken of er nog meer piloten te vinden waren. Hij bracht mij nieuws over de bemanning van het vliegtuig, drie mannen waren gesneuveld, maar drie anderen waren veilig geland met de parachute. Twee van hen waren gearresteerd en de derde, Pop Punter, had kunnen ontkomen en was gevonden door Karel. Het liep al tegen de morgen en daarom had hij hem niet meer over de brug willen brengen, maar naar een oom van hem gebracht (Bert van de Manakker, die aan de overkant van het kanaal op Half Twaalf woonde, red.).

Karel beloofde mij dat hij Punter later op de dag naar mij toe zou brengen. Ik voelde me nog steeds niet erg lekker en had nog veel pijn aan mijn hand en oor, maar het nieuws dat mijn compagnon zou komen monterde mij helemaal op. Mij werd opgedragen, als ik vrij wilde blijven en arrestatie wilde voorkomen, om mijn uniform uit te doen en burgerkleding aan te trekken. Dit was een uitstekend besluit want in burger was de kans om gevangen genomen te worden veel geringer. Gemakkelijk en gewillig accepteerde ik de kleding die zij voor mij hadden klaargelegd. Mijn uniform werd weggedragen om verbrand te worden, maar de boerin verzekerde mij dat ze mijn vliegbrevet zou bewaren, en ook mijn witte wollen pullover zou behouden om er weer iets anders van te breien. Zoals beloofd werd Punter later op de dag gebracht en het was een groot genoegen om elkaar weer te zien. De andere twee bemanningsleden, Turtle en Sindall, waren ook veilig geland maar Turtle was gewond. Ze liepen naar een boerderij waar ze de volgende ochtend werden gearresteerd. Maar de Duitsers waren ervan overtuigd dat twee man van ons nog steeds vrij waren en ergens waren ondergedoken, daarom werd de volgende dagen in de hele omgeving streng gecontroleerd. De tweede dag kwamen zij ook op de boerderij waar wij nog steeds op de hooizolder verborgen lagen, maar na veel zoeken en speuren geloofden ze dat wij niet meer in de buurt waren. Op het einde van de week besloten ze te stoppen met zoeken en werd het voor ons een stuk veiliger zodat we onze schuilplaats langere tijd konden verlaten.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Cover van het boek ‘One to Many’, geschreven door Eric Grisdale.

We werden geïnstalleerd in de ‘beste kamer van de boerderij’ en we werden daar verwend. Voedsel kregen we volop. We leefden niet precies als ‘Lords’, maar we waren dankbaar dat we alles overleefd hadden. Eén ding is mij bijgebleven: we aten vaak pap, zacht voedsel, op zijn Engels ‘porridge', maar het was goed om te eten. Niettemin, de boer en zijn vrouw deden alle moeite om het ons naar de zin te maken. Ik had graag gewild dat we daar konden blijven tot mijn gezicht, maar vooral mijn hand weer goed genezen zou zijn, maar er werd anders beslist. Ons werd verteld dat we weer moesten vertrekken en een tijdje naar een sanatorium zouden gaan. De volgende morgen waren we klaar voor vertrek. We brachten onze diepe en welgemeende dank aan de boer en zijn goede vrouw, M. Minten uit Someren-Heide.

Ons transport bestond onverwachts uit een priester met de fiets (kapelaan Geboers uit Someren- Heide, red.). Hij had een ‘vriend’ bij zich, ook met een fiets. Op de achteras van beide fietsen waren twee uitstaande pinnetjes geschroefd waarop wij konden staan. In tijd van gevaar konden wij daar snel vanaf springen en ons eventueel verstoppen in een sloot of in de bossen. De tocht ging over zandpaden en landelijke wegen tot we aankwamen bij een dennenbos, waarin we verdwenen. Het was een kostelijk gezicht: een priester op de fiets, een zwarte hoed op zijn hoofd en een zwarte toog die wapperde in de wind. We eindigden de route op een blijkbaar afgesproken plaats waar een man ons stond op te wachten. We bedankten de priester en zijn vriend hartelijk en we werden te voet het bos in geleid. We liepen door een erg kronkelig, mal pad en tot onze grote verwondering kwamen we uit bij enkel strooien hutten die gebouwd waren in het bos."

Die bebouwing was onderdeel van onderduikerskamp Dennenlust in de Lieropse bossen, waar Grisdale enkele maanden zou verblijven. Via een omweg keerde hij uiteindelijk terug naar Wales, waar Grisdale in 1991 in zijn geboorteplaats Caernarvon kwam te overlijden.

Tags

Gerelateerde nieuwsberichten

Geslaagde eerste muziekquiz in De Ruchte SOMEREN - In theater De Ruchte vond afgelopen zaterdag de allereerste editie plaats van de 'Muziekquiz XXL'. 26 teams gingen de strijd aan met elkaar. Er werd in een rap... 4 december 2019 - 11:10
Meisje (7) zwaargewond bij ongeval in Someren SOMEREN - Een meisje van 7 jaar oud is dinsdagmiddag zwaargewond geraakt bij een ongeval aan de Avennelaan in Someren. Het meisje wilde rond 15.00 uur de kruising bij de... 3 december 2019 - 16:28
Echte liefde overwint alles, zelfs een oorlog De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek... 3 december 2019 - 14:21
Spannende maanden voor Helenaveners De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek... 3 december 2019 - 13:54
Burgemeester reageert op noodlottig ongeval: 'Dit raakt mij diep' SOMEREN - Het ongeval aan de Broekstraat waarbij twee jonge mannen kwamen te overlijden zorgt voor veel beroering in het Somerense. Ook bij burgemeester Dilia Blok is het nieuws hard... 29 november 2019 - 15:33
Onthulling definitief ontwerp Paulusproject SOMEREN - De definitieve ontwerpen voor het Paulusproject zijn afgelopen maandag feestelijk onthuld. Naast Oro, Kempenhaeghe, gemeente Someren en bouwer/verhuurder Wocom waren daarbij ook de bouwpartners, enkele toekomstige bewoners van... 29 november 2019 - 13:43