'Onderduikers helpen voelt als mijn plicht'

woensdag 24 april 2019 - 14:31|Martien van Rijt
Koosje Beijers in 1982 met het verzetsherdenkingskruis opgespeld.

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke herinneringen uit de omgeving Asten, Someren en Deurne. Vandaag aflevering 16: 'Onderduikers helpen voelt als mijn plicht'

Noem de naam Koosje Beijers in het Deurnese, en er zal bij de oudere generatie een vlaag van herkenning aan komen waaien. Koosje was in de Tweede Wereldoorlog actief als verzetsstrijder. Haar werk voor de ondergrondse werd na de oorlog nog veel bekender, simpelweg omdat er toen openlijk over gesproken kon worden.

Tijdens de oorlog werd verzetswerk gezien als hoogverraad en vele opgepakte verzetsmensen moesten dat met de dood bekopen. Kamp Vught was officieel een ‘Durchgangslager’, een doorvoerkamp, door de Duitse bezetters ‘Durchgangslager Herzogenbusch’ genoemd. Vandaaruit werden opgepakte joden, zigeuners en verzetsmensen op transport gesteld naar concentratiekampen, maar politieke gevangenen (en daar vielen verzetsmensen ook onder) werden met name aan het einde van de oorlog veelal standrechtelijk gefusilleerd. Iemand die de Tweede Wereldoorlog actief was in het verzet en die gelukkig niet werd opgepakt, was dus Koosje Beijers. Na de oorlog huwde zij oud-verzetsman Henk Struik. Mevrouw Struik-Beijers is in 2014 overleden, maar zij tekende eerder al haar verhaal op. Met toestemming van de familie plaatsen we dat verhaal nu in de reeks ‘De Peel onder vuur’. We laten Koosje aan het woord.

“Als meisje van drieëntwintig jaar kwam ik in februari 1942 in dienst van het Distributiekringkantoor Deurne-Bakel-Asten-Someren. Leuk werk, wij moesten in deze plaatsen levensmiddelenkaarten gaan uitreiken. Vooraf goed bekendgemaakt, zodat de bevolking wist waar en wanneer.

Na enkele maanden ben ik door dit werk automatisch in het verzet terechtgekomen. Mannen tussen de achttien en vijfendertig jaar moesten zich, op Duits bevel, melden voor de Arbeidsinzet. Zij kregen dan een stempel op hun stamkaart, zodat wij hun een levensmiddelenkaart konden geven. Maar: géén stempel, géén levensmiddelenkaart! Ik vond dit verschrikkelijk sneu, vooral voor de mensen die ik goed kende. Als oudste dochter van smid Beijers kende ik in de Zeilberg vele boeren en peelwerkers en hun gezinnen. Vooral deze laatsten konden geen levensmiddelenkaart missen. Ook wist ik bij welke boer er één of meerdere onderduikers zaten. Bij de uitreiking van de levensmiddelenkaarten moesten alle stamkaarten met inlegvelbonnen worden meegebracht. Zag ik er een persoon bij boven de 18 jaar zonder stempel op de stamkaart die ik kende, dan fluisterde ik: "Vanavond kom ik even langs.” Ik ging er dan naartoe, haalde het inlegvelbonnetje en bracht enkele dagen later de levensmiddelenkaart. Zo had ik mijn eigen onderduikers.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Koosje aan het werk op het distributiekantoor.

Op een dag werd ik door Gerrit Lievendag uit Deurne, die in het georganiseerd verzet zat, gevraagd of ik voor de L.O. (Landelijke Organisatie) wilde werken om onderduikers aan levensmiddelenkaarten te helpen. Stomverbaasd keek hij me aan toen ik zei dat ik dat werk al een tijdje deed. "Voor welke organisatie werk jij dan?", vroeg hij. "Voor geen enkele organisatie, voor mijzelf", antwoordde ik. Via Gerrit kwam ik in het georganiseerd verzet terecht en iedere maand bracht hij mij een groot aantal vervalste bonnen. Ik pakte de levensmiddelenkaarten niet allemaal in een keer, maar deed daar enkele dagen over, zodat het niet zou opvallen. Eerst mijn eigen onderduikers, dan voor kapelaan Donkers en dominee Meester uit Deurne die beiden onderduikers hadden. Gerrit kwam tweehonderdvijftig levensmiddelenkaarten ophalen voor de L.O. Dit gebeurde bij iedere nieuwe uitreiking.

Het ging geruime tijd goed, totdat ik na mijn werk op 10 mei 1944 op het kantoor bij de directie moest komen. De plaatsvervangend directeur, de heer Grijpstra, vroeg mij direct bij het binnenkomen: "Juffrouw Beijers, helpt u nog steeds onderduikers?” Ik heb daarop geantwoord: "Ja mijnheer, ik voel dit als mijn plicht.” Ik kreeg op staande voet mijn ontslag en was woest op de heer Grijpstra, ofschoon hij volkomen in zijn recht stond. Daags hierna kreeg ik van het gemeentehuis een schrijven: "Bij deze deel ik u mede dat ik u met ingang van heden heb moeten ontslaan als ambtenares ten Distributiekantore alhier, zulks in verband met het gewettigd vermoeden van onregelmatigheden. Uw salaris zal t/m 10 mei worden uitbetaald". Getekend door de burgemeester van Deurne, hoofd van de distributiedienst, R.J.J. Lambooy.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Een jonge Koosje Beijers.

In de tweede helft van maart 1944 werd ik door twee leden van de K.P. (knokploeg) gevraagd of ik gedurende een week voor drieëntwintig piloten wilde zorgen door ze 's morgens en 's avonds besmeerde boterhammen te brengen. Deze piloten waren afkomstig van Harry Otten uit Erp en van Bernard Manders uit Bakel. De piloten zaten in de kelder onder het toneel van het parochiehuis "Rust Roest", naast de pastorie in Deurne. Op zulk een moment moest er geholpen worden. Mijn moeder bakte tarwebroden, Sjaak (Coppus) de bakker werd ingeschakeld en ik kon het gevraagde naar de pastorie brengen. Kapelaan Donkers was natuurlijk van alles op de hoogte. Ik hoefde maar één keertje te bellen aan de zijdeur van de pastorie en hij kwam meteen. De kapelaan zorgde dan verder voor de piloten in "Rust Roest".

's Zaterdags voor Pasen 1944 moesten de piloten uit het parochiehuis weg zijn omdat er zondags een toneeluitvoering was. Vrijdagsavonds kwamen de twee K.P.-leden, José Peerbooms en Henk Struik, dit bij mij thuis zeggen. José nam twaalf piloten en Henk elf. Zaterdagsmorgens om 6.00 uur werden de piloten in "Rust Roest" opgehaald en te voet ging het groepje van elf, met Henk Struik voorop, naar de Zeilberg. Ik stond hen bij de smederij op te wachten, nam er vijf mee naar binnen en Henk nam de overige zes mee. Mijn broers en zussen kwamen uit bed en de piloten stapten erin. Om twaalf uur 's nachts moest ik de piloten naar zwembad "De Clarinet" brengen. Henk stond er toen al met zijn groepje en zo gingen wij langs de spoorlijn naar de Griendtsveense overweg. Na een korte wachttijd kwamen twee politieagenten, Jan Brokx en Maarten Vlielander, die voorop fietsten om te kijken of alles veilig was. Weer even gewacht, toen kwam Sjaak Goossens met paard en platte wagen, waar de piloten van José reeds opzaten. Onze piloten gingen erbij en toen ging het naar de "Zwarte Plak" in Horst-America.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Huwelijksfoto van Koosje en haar man Henk Struik in het Weekblad voor Deurne.

Na mijn ontslag had ik meer tijd voor de illegaliteit. Twee middagen in de week zat ik in de tuinkamer van café Van Baars, hoek Stationsstraat-Spoorlaan in Deurne. Ik was contactpersoon tussen de plaatselijke verzetsgroep en de koeriers die met de trein aankwamen. Wij werkten met een Turkse pas. Deze bestond uit een in tweeën geknipt stuk papier met op elke helft een halve zin. De koerier die mij een pakje bracht had de ene helft, ik de andere en samen vormden de twee helften één zin. Hierna overhandigde de koerier mij het pakje.

De kleinere pakjes waren meestal illegale krantjes die weer door voor mij bekende koeriers opgehaald werden. Voor de grotere pakken moest ik zelf zorgen dat deze op de plaats van bestemming kwamen. Ik nam deze pakken 's avonds mee naar huis, verstopte ze in de tuin onder een broeiraam en bracht ze daags daarop weg. Het waren zeer gevaarlijke opdrachten, de ene keer bevatte een pak wapens en de andere keer Duitse uniformen. Enorm bang ben ik op deze fietstochten geweest. Moest ik met zo’n pak naar de boerderij van Cor van Staveren in IJsselstein (Venray), dan bad ik menig schietgebedje onderweg. Tot begin augustus 1944 heb ik in de tuinkamer gezeten. Toen werd het te gevaarlijk en werd deze post opgeheven.

Enkele weken na de bevrijding heb ik van burgemeester Lambooy, die de illegaliteit altijd een warm hart heeft toegedragen, een berichtje ontvangen: Ik kon terugkomen op het distributiekantoor; het gevaar was geweken. Als typiste/telefoniste ben ik daar gebleven tot in de zomer van 1949, na nog enkele maanden in Helmond gewerkt te hebben toen het Distributiekantoor Deurne samengevoegd werd met Helmond.

In februari 1950 ben ik met de oud-verzetsman Henk Struik uit Amersfoort getrouwd.

In maart 1982 heb ik in het provinciehuis door de toenmalige commissaris van de Koningin, de heer Van der Harten, het verzetsherdenkingskruis opgespeld gekregen.”

Tags

Gerelateerde nieuwsberichten

Geslaagde eerste muziekquiz in De Ruchte SOMEREN - In theater De Ruchte vond afgelopen zaterdag de allereerste editie plaats van de 'Muziekquiz XXL'. 26 teams gingen de strijd aan met elkaar. Er werd in een rap... 4 december 2019 - 11:10
Meisje (7) zwaargewond bij ongeval in Someren SOMEREN - Een meisje van 7 jaar oud is dinsdagmiddag zwaargewond geraakt bij een ongeval aan de Avennelaan in Someren. Het meisje wilde rond 15.00 uur de kruising bij de... 3 december 2019 - 16:28
Echte liefde overwint alles, zelfs een oorlog De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek... 3 december 2019 - 14:21
Spannende maanden voor Helenaveners De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek... 3 december 2019 - 13:54
Burgemeester reageert op noodlottig ongeval: 'Dit raakt mij diep' SOMEREN - Het ongeval aan de Broekstraat waarbij twee jonge mannen kwamen te overlijden zorgt voor veel beroering in het Somerense. Ook bij burgemeester Dilia Blok is het nieuws hard... 29 november 2019 - 15:33
Onthulling definitief ontwerp Paulusproject SOMEREN - De definitieve ontwerpen voor het Paulusproject zijn afgelopen maandag feestelijk onthuld. Naast Oro, Kempenhaeghe, gemeente Someren en bouwer/verhuurder Wocom waren daarbij ook de bouwpartners, enkele toekomstige bewoners van... 29 november 2019 - 13:43