Jan Blaauw (90 jaar) in zijn werkkamer in Rodenrijs.

'Rustig aan met die moffen'

vrijdag 22 maart 2019 - 12:30|Willie Thijssen

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke herinneringen uit de omgeving Asten, Someren en Deurne. Vandaag aflevering 11: Oud-hoofdcommissaris van de politie Jan Blaauw over zijn oorlogsjaren in Deurne.

Aimabel, recht voor zijn raap en een tikje mysterieus. Oud-Deurnenaar en voormalig hoofdcommissaris van de politie in Rotterdam, Jan Blaauw is ondertussen 90 jaar oud. Hij kijkt in zijn woning in Rodenrijs terug op een rijk leven. Behalve veertig jaar bij de politie heeft hij ook een aardig literair oeuvre opgebouwd. Vooral boeken waarin Blaauw gedetailleerd ingaat op moordzaken. De jaren die het meeste indruk op hem maakten waren de oorlogsjaren in Deurne.

Zijn boek ‘Bruno Lüdke, Seriemoordenaar’ is onlangs vertaald naar het Duits en komt deze maand in Duitsland uit. “Daar verwacht ik nog wel wat reacties op”, vertelt hij vanuit zijn zolderkamer, annex werkkamer, annex museum in Rodenrijs. “Hij zou ruim vijftig moorden hebben gepleegd. Maar ik heb ze allemaal onderzocht en ik ben ervan overtuigd dat hij onschuldig is.” Zijn passie voor het rechercheurswerk is nog altijd groot. 

Jan Blaauw was tien jaar oud toen hij naar Deurne verhuisde. Zijn vader werd op 40-jarige leeftijd, in oktober 1938 bevorderd tot majoor der Rijksveldwacht en aangesteld als brigadecommandant in Deurne. Hij woonde met zijn gezin van 1938 tot 1945 in de dienstwoning op het huidige adres Oude Liesselseweg 8. Voor de kleine Jan - toen overigens nog Bertus geheten - was het wel even wennen. “Maar na enkele vechtpartijtjes op school, hoorde ik er toch al wel snel bij”, vertelt Blaauw.

'De eerste oorlogsdag … die dag vergeet je nooit'

Kort na zijn kennismaking met Deurne brak de oorlog uit. Voor de dan twaalfjarige Jan begint een bijzondere en indrukwekkende periode. “Ons gezin werd die vrijdagochtend 10 mei tussen 4.00 uur en 4.30 uur wakker geschud door de vliegtuigen. ‘Opstaan en naar beneden komen’, riepen mijn ouders. Toen wij allemaal in de huiskamer waren, zette mijn vader de radio aan. Duitse troepen hadden de Nederlandse grens gepasseerd. Mijn vader vond het vreselijk. Hij had tien kinderen en het was oorlog. De eerste oorlogsdag … die dag vergeet je nooit.” 

Zijn vader ging die eerste dag niet gekleed in zijn uniform van Rijksveldwachter. In zijn boek Dossier Blaauw schrijft hij hierover: ‘Mijn vader had die dag een gewoon burgerpak aan, maar droeg wel zijn uniformpet op het hoofd. Zo fietste hij die ochtend het dorp in. Jaren later heeft hij mij verteld dat het aan de ene kant zijn taak was om op dat moment als politieman de straat op te gaan en als zodanig ook voor iedereen herkenbaar te zijn. Aan de andere kant, niet wetende wat er in die eerste uren stond te gebeuren, wilde hij niet in uniform bij verrassing tegenover Duitse soldaten komen te staan. Vandaar alleen die uniformpet, waarvan hij zich in geval van nood snel zou kunnen ontdoen.’

Toen hij na een paar uur terugkwam van zijn tochtje door Deurne, groef zijn pa een gat in de tuin en deponeerde daarin een revolver en een pistool, waarna hij de kuil weer dichtgooide. Blaauw: “Daarover heb ik hem nooit meer iets horen zeggen. Ik zou overigens de exacte plaats nog kunnen aanwijzen.”

Tekst gaat verder onder de afbeeldingen


Een proclamatie uit 1940 van de burgemeester van Deurne.


Een 'dringende mededeling', ook afkomstig van de burgemeester van Deurne.

Nur für Wehrmacht
Volgens Blaauw verliepen de eerste bezettingsjaren in Deurne betrekkelijk rustig. Van daadwerkelijk verzet tegen de bezetter was nauwelijks iets merkbaar. “Er heerste een soort berusting. De maatschappij draaide gewoon door.” Dat wil niet zeggen dat de mensen in Deurne en de Peel pro-Duits waren. Blaauw: “Integendeel. Er waren maar een paar NSB’ers. En zij werden genegeerd.” Volgens Blaauw waren er in die beginjaren wel enkele pesterijen tegen de Duitse bezetter. Burgemeester Robert Lambooij gelastte in juli 1941 op last van de bezetter de bevolking per proclamatie: ‘om iedere handeling welke ook achterwege te laten die beoogt de Duitsche Weermacht in haar geheel of bepaalde personen der Duitse Weermacht in het bijzonder te beledigen of te hinderen. Speciaal wordt ten deze gedacht aan het aanbrengen op wegen of aan huizen van de Duitsche Weermacht kwetsende opschriften.’ Volgens Blaauw zou deze proclamatie slaan op het feit dat iemand op de begraafplaats in Deurne een origineel bordje had opgehangen met de tekst ‘Nur für Wehrmacht’. Dergelijke bordjes hingen in die jaren in sommige treinen aan wagons waar de gewone burger niet in mocht komen.

Een grappig bedoelde actie, maar voor Duitse soldaten zou het een aanleiding kunnen zijn om de bevolking ‘terug te pakken’. Vandaar de proclamatie van de burgemeester. De rol van de burgemeester was in die oorlogsjaren vooral om de rust te bewaren, zo herinnert Blaauw zich. “Menig burgemeester manoeuvreerde zich door de oorlogstijd. En dat gold ook voor Lambooij. En ook voor de politie. Mijn vader was van de Rijkspolitie en had behalve Deurne ook dorpen als Asten, Someren en Gemert onder zijn hoede. Er was wel regelmatig overleg met Lambooij, maar de relatie was anders dan met de gemeenteveldwachter Frans de Clerck, die met zijn gezin naast ons woonde.” Volgens Blaauw was zijn vader fanatiek anti-Duits maar was hij heel voorzichtig. “Hij kon onderduikers in bescherming nemen en van informatie voorzien. Maar daar praatte hij gedurende de oorlog nooit over. Hij was tegen verzetsacties. Daar was hij streng op tegen vanwege de angst voor wraak van de moffen. De teneur was toch vooral: Rustig aan met die moffen. Het komt uiteindelijk allemaal wel goed”, aldus Blaauw.

De oud-Deurnenaar praat consequent over moffen en niet over Duitsers. Moffen is een scheldwoord voor Duitsers. Het tekent de haat die hij gedurende de oorlog heeft opgebouwd tegen de bezetter. “Ach, sinds mijn politietijd heb ik best goede relaties opgebouwd met Duitse collega’s. De vijandstemming is wat dat betreft wel voorbij.”

Karig geheel
Tegenover de familie Blaauw woonde gemeentesecretaris Gijsbers die drie zonen had die lid waren van de NSB. “Landverraders zoals wij die toen noemden.” Voor hen was Blaauw altijd op zijn hoede: “Als mijn vader naar de Engelse zender luisterde, moest altijd een van ons om het huis lopen om te kijken of er iemand van hen de radio kon horen. Ook één van de veldwachters in Deurne was pro-Duits. Ook daar werd afstand van gehouden.”

Volgens Blaauw leefden de meeste Deurnenaren in de oorlogstijd in armoede, maar leed niemand honger. “Alles was op de bon. Veel mensen kenden wel iemand om een extra brood te ritselen, maar vlees hadden wij bijvoorbeeld nooit. We hadden een eigen tuin waar we aardappelen en groente teelden. Maar het was alles bij elkaar maar een karig geheel.”

Blaauw ging gedurende de oorlog gewoon naar school. Eerst naar de lagere school en daarna naar de Ulo, toen gevestigd aan de Schoolstraat. “Ook daar was de teneur anti-Duits. Daar zorgden de fraters wel voor.”  

Rebelser
Zo kabbelde de oorlog door de vroege jaren veertig. Echt spannend zou het pas worden in de tweede helft van 1944. Hoe langer de oorlog duurde, hoe rebelser Jan Blaauw werd. Iedereen in Deurne moest op een gegeven moment de radio inleveren. Zo ook de radio van de familie Blaauw. “De radio’s werden opgeslagen op de zolder van het gemeentehuis. Ik kende de persoon die daar werkte en vroeg of we de radio terug konden krijgen. Hij heeft toen een avond de ruimte niet afgesloten en ik ben toen naar het gemeentehuis gegaan om de radio terug te halen. Niemand had er iets van gemerkt.” In die jaren gold er een spertijd wat inhoudt dat niemand op straat mocht zijn tussen 18.00 uur en 7.00 uur. De jonge Blaauw gaf de radio als cadeau terug aan zijn pa op zijn verjaardag op 30 juni 1944. “Mijn vader schrok enorm. Hij verstopte ‘m meteen onder de vloer. Als ik daar nu aan terugdenk. Aan wat voor risico’s je liep...”   

Jan Blaauw zette zich ook in om het leven van onderduikers  - die er in de Peelregio nogal wat zaten - draaglijker te maken. “Ik bracht wel eens eten of romannetjes naar ondergedoken geallieerde piloten.” Op een dag kort voor de bevrijding wilde hij twee boekjes naar een onderduikadres in Vlierden brengen. “Ik besloot de fiets van de buurvrouw, mevrouw De Clerck te lenen aangezien onze fietsen het niet meer deden. Toen ik al fietsend het spoor bij het station wilde oversteken werd ik door drie moffen aangesproken: ‘Halt! Absteigen’. Ik moest de fiets inleveren. Ik denk dat ze ermee terug naar Duitsland wilden fietsen. Voor de twee Engelstalige romannetjes achterop onder de snelbinders hadden ze geen aandacht. Ik mocht ze houden en heb ze vervolgens te voet naar Vlierden gebracht.”

Schmeisser machinepistool
Ook tegen het einde van de oorlog haalde de toen zestienjarige Jan nog een risicovolle actie uit. Enkele weken voor de bevrijding werd op het station van Deurne een stilstaande goederentrein door Britste jachtvliegers onder vuur genomen. “Kort erna ben ik gaan kijken. Ik was er niet alleen. In de goederenwagons lagen wapens. Ik heb toen een Schmeisser machinepistool meegenomen en thuis in de schuur verborgen. Enkele dagen later heb ik het wapen aan Gerard Ahout gegeven. Hij was lid van het verzet. In ruil voor het pistool kreeg ik een kleine revolver van hem. Ik heb het vervolgens enkele dagen op zak gehad, totdat mijn vader vlak voor een kerkbezoek me aanstootte en het wapen voelde. ‘Ben je helemaal van de zotte’, riep hij toen hij hoorde dat het om een revolver ging.”

Blaauw beschrijft het voorval ook in zijn boek Dossier Blaauw: ‘Nog voor we in de kerk kwamen moest ik het wapen aan hem geven waarna hij het in zijn uniformjas stak. Wat hij ermee heeft gedaan ben ik nooit te weten gekomen. Wel herinner ik me nog dat mijn vader die avond een indringend gesprek heeft gehad met Gerard Ahout.’

Bevrijding
Maar echt gevaarlijk werd het volgens Blaauw pas in de laatste dagen voor de bevrijding. Rond 21 september 1944 begonnen de eerste gevechten in de omgeving van Deurne. “Eerst in Ommel, Vlierden en Liessel. Toen was Deurne aan de beurt. De bombardementen en artillerievuur bleven duren.” De familie Blaauw zocht een veilig onderkomen en trok in de schuilkelder van de NSB-buren die op de vlucht waren geslagen. “Daar hebben we menig uurtje doorgebracht en was ik echt bang. Elk moment vreesden we voor een inslag. Toen de bombardementen stopten, kwamen kort later Engelse soldaten met getrokken stenguns bij ons in de schuilkelder om te kijken of er militairen zaten. Het was zondag 24 september rond 14.00 uur. We waren bevrijd. Vervolgens gingen we naar buiten en waren we getuige van Britse infanteristen en tanks die vanuit Liessel, Deurne binnentrokken.”

De familie Blaauw heeft meteen na de bevrijding onderdak verleend aan Engelse militairen. “Dat waren achterblijvers die ervoor moesten zorgen dat Deurne bevrijd bleef. Ik weet nog dat we cake en thee van ze kregen.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Jan Blaauw tijdens zijn periode bij de RAF.

Engelse luchtmacht
Jan was zestien jaar toen Deurne op 24 september 1944 werd bevrijd. “Ik had een enorme hekel aan de moffen en heb me meteen na de bevrijding gemeld bij de geallieerden. Ik moest wel liegen over mijn leeftijd. Ik was pas zestien en je moest achttien zijn om in aanmerking te komen voor de Engelse luchtmacht. Ik had mijn papieren vervalst. Van 2 april 1928 had ik 2 april 1926 laten maken. Ze zijn er nooit achter gekomen.” Op de vraag of zijn ouders achter zijn beslissing stonden om bij de geallieerden te gaan strijden, antwoordt hij: “Die vroegen er niet naar. Ik had maar één doel en dat was vechten tegen de moffen.” Blaauw ging begin 1945 via Oostende naar Engeland waar hij eerst een opleiding volgde. Het liefst wilde hij boordschutter worden, maar daarvoor werd hij afgekeurd. Blaauw werd vluchtbegeleider in de verkeerstoren en heeft zo twee jaar gediend bij de RAF. Toen hij weer terugkwam in het inmiddels volledig bevrijde Nederland, werd hij voor de keuze gesteld om naar Indonesië te gaan. “Dat zag ik niet zitten. Ik wilde alleen vechten tegen die moffen.” Kort later ging hij bij de politie waar hij vervolgens veertig jaar lang aan een indrukwekkende carrière heeft gewerkt.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Brigadecommandant J.A. Blaauw. 

Vader Blaauw
Wat betreft de vader van Jan Blaauw, Johannes-Albertus Blaauw; die werd al snel toen het oorlog was op verschillende plekken gedetacheerd waaronder de politievakschool in Hilversum. In oktober 1941 werd hij als opperwachtmeester wetteninstructeur - tegen zijn zin - gedetacheerd aan het door de Duitse bezetter opgerichte Politie Opleidingsbataljon (POB) in Schalkhaar. Pas na herhaalde verzoeken mocht hij uiteindelijk in mei 1943 Schalkhaar achter zich laten. Met ingang van die datum werd hij als adjudant in Deurne toegevoegd aan de afdelingsstaf van de inmiddels tot 'staatspolitie' omgedoopte marechaussee. De ‘kwestie Schalkhaar’ zou na de bevrijding voor hem nog wel een vervolg krijgen. Nauwelijks veertien dagen na de bevrijding werd hij door twee in Brits militair uniform geklede mannen gearresteerd. Weer twee weken later werd een door burgemeester Lambooij geschreven aanbevelingsbrief ten gunste van Blaauw bij het militair gezag in Eindhoven afgeleverd. Enkele dagen later werd hij in vrijheid gesteld. Op 1 juli 1958 is hij als districts-adjudant in ’s-Hertogenbosch met pensioen gegaan. Hij is op 17 januari 1985 op 86-jarige leeftijd overleden.

Speuren naar wapens


Onlangs heeft een team van oorlogsdeskundigen met metaaldetectors in de tuin van de Oude Liesselseweg 8 gezocht naar de betreffende wapens van agent Blaauw. Twee uur speurwerk leverde echter niets op. Omdat een groot deel van de tuin nu is bebouwd, valt niet uit te sluiten dat de wapens nog onder een van de gebouwen liggen. De huidige bewoners, de familie Munsters, hebben bij de bouwwerkzaamheden echter nooit iets aangetroffen. Het geheim blijft vooralsnog verborgen in de grond. Op de foto vlnr: Rinus van Otterdijk, Hans van Toer en Richard Schoutissen.

Levensloop Jan Blaauw
Jan Blaauw (90 jaar) werd op 2 april 1928 geboren als Bertus Blaauw. Toen zijn vader in 1938 in Deurne werd gestationeerd, verhuisde het gezin en dus ook Bertus mee. Aan het eind van de oorlog, eind 1944 ging hij bij de Engelse luchtmacht, als vrijwilliger. Na zijn terugkeer in Nederland volgde hij de politie-opleiding. Hij begon zijn carrière in 1950 als agent bij het politiebureau Charlois. Begin jaren 60 werkte hij bij de zedenpolitie. Gaandeweg zijn carrière werd hij door collega’s Jan genoemd en sindsdien houdt hij zelf ook die voornaam aan. In 1971 was hij de eerste Nederlander die een opleiding volgde bij de FBI. Ook werkte hij voor de kinderpolitie, afdeling moordzaken en de narcoticabrigade. Uiteindelijk werd hij hoofdcommissaris bij de politie van Rotterdam. In mei 1988 ging hij met pensioen waarna hij zich toelegde op het schrijven van boeken, met name over geruchtmakende moordzaken uit het verleden. Ook speelde hij een belangrijke rol in de afwikkeling van de Puttense moordzaak. Blaauw schrijft nog altijd. Hij is nu bezig met een boek over de Tweede Wereldoorlog.

Tags

Gerelateerde nieuwsberichten

Geslaagde eerste muziekquiz in De Ruchte SOMEREN - In theater De Ruchte vond afgelopen zaterdag de allereerste editie plaats van de 'Muziekquiz XXL'. 26 teams gingen de strijd aan met elkaar. Er werd in een rap... 4 december 2019 - 11:10
Meisje (7) zwaargewond bij ongeval in Someren SOMEREN - Een meisje van 7 jaar oud is dinsdagmiddag zwaargewond geraakt bij een ongeval aan de Avennelaan in Someren. Het meisje wilde rond 15.00 uur de kruising bij de... 3 december 2019 - 16:28
Echte liefde overwint alles, zelfs een oorlog De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek... 3 december 2019 - 14:21
Spannende maanden voor Helenaveners De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek... 3 december 2019 - 13:54
Burgemeester reageert op noodlottig ongeval: 'Dit raakt mij diep' SOMEREN - Het ongeval aan de Broekstraat waarbij twee jonge mannen kwamen te overlijden zorgt voor veel beroering in het Somerense. Ook bij burgemeester Dilia Blok is het nieuws hard... 29 november 2019 - 15:33
Onthulling definitief ontwerp Paulusproject SOMEREN - De definitieve ontwerpen voor het Paulusproject zijn afgelopen maandag feestelijk onthuld. Naast Oro, Kempenhaeghe, gemeente Someren en bouwer/verhuurder Wocom waren daarbij ook de bouwpartners, enkele toekomstige bewoners van... 29 november 2019 - 13:43