Huis Kanters in de jaren vijftig met fiets voor de deur (fotocollectie †Jos Manders)

Een dode in de tuin

maandag 15 juli 2019 - 16:45|Gerard Geboers

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke herinneringen uit Asten, Someren, Deurne en omgeving. Vandaag aflevering 27: Een dode in de tuin.

In nachten waarin luchtgevechten plaatsvinden komt Jan Kanters van de Polderweg in Asten met zijn vrouw en zonen uit bed. Veel Peelbewoners doen dat, enerzijds omdat dat veiliger is, maar stiekem toch ook om te genieten van het spektakel in de lucht. Als ze geallieerde bommenwerpers horen aankomen, weten ze uit ervaring al dat die enkele minuten later boven de Peel door Duitse nachtjagers zullen worden opgewacht. De familie Kanters maakt de crash van de Lancaster ED701 PM-B2 op 23 augustus 1943 bij het kasteel van nabij mee. In 2016 haalt de dan 83-jarige Piet Kanters, de jongste van zes broers, herinneringen op aan die nacht. Een bloedstollend verhaal.

Namens Luchtbeschermingsdienst (L.B.D.) Asten meldt Gaston Remery die nacht om 1.30 uur het neerstorten van een Lancaster in een weiland op 150 meter ten noordwesten van het kasteel. Kort  daarna maakt de dienst bekend dat alle bemanningsleden van het Engelse toestel zijn omgekomen, de exacte route van de Lancaster op zijn laatste kilometers is op dat moment nog niet bekend. Al vrij kort na de crash wordt op het aardappelveld achter het huis van Ture Loomans aan de Wolfsberg een dode Engelsman aangetroffen. Daar in het Groenewoud, niet ver van die dode, ligt ook het staartwiel van het vliegtuig. De vier boordmitrailleurs met de bijbehorende munitie zijn 200 meter noordelijker bij de boerderij van Van Soest terechtgekomen en weer wat verderop, dichtbij de strohulzenfabriek van Van Gogh, ook nog een stuk van een vleugel.

De volgende ochtend zal Jan Kanters in zijn tuin nog een dode Engelsman vinden. Bij beide doden en bij de mitrailleurs worden wachten geposteerd. Enkele uren later heeft de L.B.D. het laatste stuk van de route van het toestel duidelijk in beeld, een luguber spoor van brokstukken en bomresten loopt van de Achterbosch via Leensel en de Stegen tot bij de Aa in de Berken, en vandaar buigt het over Voordeldonk naar het kasteel af.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Jan Kanters in zijn tuin bij een stapel turf (fotocollectie Piet & Annie Kanters)

Piet Kanters mag dan een geboren verhalenverteller zijn, beschrijven wat hij op 23 augustus 1943 als tienjarige meemaakt, blijkt nog een hele klus. Totaal overrompeld moet hij zijn geweest.

Het kost hem soms nog moeite de juiste woorden te vinden … dan valt hij zomaar ineens stil.

Misschien zijn ze er ook niet … woorden om zulke heftige ervaringen goed weer te geven! 

Eerst hoort hij een vreemd geluid. Meteen daarna begint hun enige koe klagelijk te loeien. Dat zal ze lang blijven doen. Piet kleedt zich aan en gaat eerst met zijn moeder naar Ture Loomans, daar zou iets zijn gebeurd. En inderdaad, even later zien ze daar het staartwiel van het gecrashte toestel. In de Wolfsberg – bij Johan, haar oudste zoon, voor de deur – spreekt zijn moeder op de terugweg naar huis kort met de chauffeur van de auto die daar met pech langs de weg staat. Piet meent dat hij in die auto een paar nonnen ziet zitten. Maar omdat de straatverlichting op last van de bezetter vrijwel volledig is afgedekt, is hij daar niet zeker van.

Lang na de oorlog hoort hij van zijn moeder, dat zij daar die nacht gesproken heeft met Frits de Bruijn. Piet vult spontaan aan: “… en die nonnen waren dan zeker geallieerde piloten.” Alles valt op zijn plek, al verbaast het Piet nog altijd dat hij Frits toen niet heeft herkend. Die is namelijk dikke maatjes met zijn broer Bert, hij komt vaak bij hen over de vloer. Op de vraag of dat betekent, dat ook Bert actief is in de ondergrondse, heeft Piet het antwoord niet. Hij is immers pas tien en wordt overal buiten gehouden, maar ook later hoort hij daar nooit iets over. Weer thuis na dit nachtelijke uitstapje speurt Piet met zijn broer Marinus vanaf hun uitkijkpost, een opgeworpen zandwal achter in de tuin, het luchtruim diverse keren nauwgezet af. De rust lijkt weergekeerd, ze gaan naar bed.

Omdat hij naar school moet, is hij de volgende ochtend kort na zevenen alweer op. Zijn vader zet zoals altijd eerst koffie en maakt dan, nog voor het ontbijt, een rondgang over zijn bedrijf. Zo ook deze morgen. In deze tijd van het jaar komt hij gewoonlijk terug met een handvol pruimen. Maar vandaag is alles anders! Lijkbleek en volkomen van streek komt hij al gauw weer binnen. Hij is zich wezenloos geschrokken. Als hij weer tot praten in staat is, wringt hij een dergelijke onheilspellende boodschap zijn strot uit: “Tussen de put en de pruimenboom ligt een dode piloot!”

Wat is wijsheid? Hoe deze zaak in ‘s hemelsnaam aan te pakken? Moeder Kanters besluit om Bert te wekken, hij is immers het best toegerust om de vondst van de piloot op het gemeentehuis te gaan melden. Daar wordt hij doorverwezen naar het kasteel, de mensen die hij nodig moet spreken zijn  op de crashplek bezig. En al is dat verboden terrein, hij weet zijn boodschap over te brengen. Even later rijdt er al een voertuig met Wehrmachtsoldaten hun erf op. Zij zetten de plaats af en stellen zo het stoffelijk overschot veilig. Iedereen mag van hen zien dat het om een dode vijand gaat, ze dekken het lichaam van de Engelsman bewust niet af. Jan Kanters verzet zich met alles wat hij heeft tegen de aanpak van die lui. Hij is woedend, dat hij op zijn eigen erf niets meer te zeggen heeft. Op tijd realiseert hij zich gelukkig, dat oorlogspropaganda altijd doorgaat. Hij bindt in. Dan stemmen de Duitsers ermee in, dat hij de wacht houdt bij de dode op zijn erf. Dat er even geen Duitsers zijn, is zijn revanche. Geschokte buurlui komen poolshoogte nemen, sommigen bewijzen de dode de laatste eer.   

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Huis Jan Kanters in 1950 bij thuiskomst Johan uit Nederlands-Indië  (fotocollectie Piet & Annie Kanters)

Die middag eisen weer andere Duitsers de parachute van de Engelsman op. Het harnas om die aan vast te klikken heeft hij nog om, maar een chute is nergens te vinden. Jan Kanters praat als Brugman: ”De man had vanmorgen, toen ik hem vond, geen helm op en ook zijn chute had hij toen niet om. Hij had meerdere schotwonden en was waarschijnlijk al dood voordat hij viel!” Hij bereikt er niets mee. De twee vasthoudende Duitsers gelasten een huiszoeking. Maar als er een met één van haar zonen de schelft op wil verzet moeder Kanters zich: “Dat is te gevaarlijk, die bouwvallige verdiepingsvloer is niet berekend op twee volwassen mannen. Ga zelf maar kijken, als dat zo nodig moet. Maar mijn zoon blijft beneden!” Met de woorden: “Wij hebben niks en d’r is niks!” neemt ze alvast een voorschot op het resultaat van de huiszoeking. En uiteraard vinden zij niets, wat hen weer absoluut niet bevalt. Ze dwingen twee broers van Piet tegen een muur te gaan staan. Hoever gaan die lui? De spanning is te snijden. Als de broers Kanters zich uiteindelijk weer vrij mogen bewegen, is er iets wezenlijks veranderd. Ze weten nu hoe het voelt om de dood in de ogen te kijken.  

Het gedrag van de Duitsers die de omgekomen piloot in de kist leggen, valt bij Kanters finaal verkeerd. Maar bij hen niet alleen, want het boek ‘Gevels zonder Vlag’ citeert hun buurman Jan van den Eerenbeemt als volgt: “Ze stopten hem in een veel te kleine kist. Het was verschrikkelijk, die Engelsman werd er gewoon ingestampt.” Piet merkt fijntjes op, dat die Duitsers nog wel proberen om zijn broer Marinus en hem weg te sturen voordat ze de dode de kleren van het lijf knippen. Maar daar is hun vader dan weer niet van gediend. “Nee,” zegt die, “ze blijven erbij! Ik wil dat mijn kinderen zien hoe jullie met mensen omgaan.” Piet tot besluit: “Met onze vader gingen ze niet lachen!”

Piet kan de Engelsman maar moeilijk vergeten. Na de pruimenoogst van 1943 creëert hij zijn eigen gedenkplek. Hij timmert een kruis en plaatst dat onder de pruimenboom. Dat kruis biedt in zijn ogen enig tegenwicht aan de respectloosheid, waarmee hij de piloot behandeld heeft zien worden. “… Dat kisten…!”, raakt hij niet kwijt. Ook na jaren, als hij al meerdere keren een nieuw kruis heeft moeten timmeren om ‘zijn Engelsman’ in ere te houden, staat dat beeld nog altijd haarscherp op zijn netvlies.

Maakt hij die kruizen alleen “… vanwege dat kisten ...” ?

Daarom vooral! Maar het herinnert hem ook aan het vreemde geluid dat hij die nacht hoort, aan het doordringende klagelijke geloei van hun koe. Bij het kruis denkt hij terug aan alle keren, dat hij die nacht zonder te zien naar de uitkijkpost achter in hun tuin loopt. Alles komt er weer terug. Ook de Engelsman in zijn zelf gecreëerde veldgraf achter de put. Een graf, waarvoor hij alleen maar met zijn volle gewicht in het rulle zand hoefde te vallen ….


Piet Kanters in 2016. (Foto: Gerard Geboers)

Tags